Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag en stelde vast dat verweerder niet tijdig op haar bezwaarschrift heeft beslist. Na een ingebrekestelling op 5 februari 2025 en het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van verweerder is overschreden en verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat bij overschrijding van 60 weken na de wettelijke beslistermijn een termijn van twee weken geldt om alsnog te beslissen. Omdat deze termijn inmiddels is verstreken, draagt de rechtbank verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 250 per dag met een maximum van € 37.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Tevens worden de proceskosten van eiseres en het griffierecht aan haar vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 23 mei 2025.