AirHelp vordert compensatie van de vervoerder Cathay Pacific Airways vanwege een vlucht die met meer dan drie uur vertraging aankwam op de eindbestemming. De passagier had haar vorderingsrecht tot compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 aan AirHelp overgedragen. De vervoerder betwistte de geldigheid van deze cessie.
De kantonrechter stelde vast dat de passagier recht heeft op compensatie en dat de overdracht van het vorderingsrecht aan AirHelp rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. AirHelp had een overdrachtsdocument (cessieakte) overgelegd, inclusief een handtekening van de passagier, boekingsbevestiging en paspoort, waarmee de echtheid van de cessie werd onderbouwd.
De vervoerder voerde aan dat het overdrachtsdocument onvoldoende bepaald was en dat de handtekening niet authentiek zou zijn. De kantonrechter verwierp deze bezwaren, oordeelde dat het document voldoende bepaald was en dat de combinatie van boekingsreferentie, naam en paspoort uniek was voor de vlucht.
De kantonrechter wees het verzoek van de vervoerder af om de gemachtigde van AirHelp te weigeren en veroordeelde de vervoerder tot betaling van € 600,- plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.