Op 13 februari 2024 heeft de minderjarige verdachte samen met een ander een straatroof gepleegd in Koog aan de Zaan waarbij airpods van het slachtoffer zijn weggenomen onder gebruik van geweld. De verdachte sloeg het slachtoffer meerdere malen tegen het hoofd om de vlucht of het bezit van het gestolen goed te verzekeren.
De zaak werd door de meervoudige strafkamer verwezen naar de enkelvoudige kinderrechter. Tijdens de terechtzitting op 28 mei 2025 werd de verdachte gehoord, en de vordering van de officier van justitie besproken. De verdediging erkende de schuld, maar vroeg om matiging van de straf gezien de positieve ontwikkeling van de verdachte sinds het feit.
De kinderrechter achtte het bewezen dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd en wees op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, die positieve factoren zoals een goede band met de moeder en een bijbaan noemde, maar ook risico’s op negatieve beïnvloeding door criminele jongeren. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legde de rechter een taakstraf van 40 uur op, met een subsidiaire jeugddetentie van 20 dagen.