Eiser diende op 28 januari 2025 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo) voor openbaarmaking van een conceptnotitie noodrecht en de meest recente motivering voor inzet noodrecht asielmaatregelen. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes weken beslist en is na ingebrekestelling op 25 april 2025 nog steeds in gebreke gebleven.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiser gegrond is vanwege het overschrijden van de beslistermijn. Verweerder heeft toegelicht dat de grote hoeveelheid Woo-verzoeken en beperkte capaciteit de vertraging veroorzaken, waarbij verweerder ervoor koos de verzoeken gezamenlijk te behandelen. Eiser betwistte dat dit uitstel gerechtvaardigd is, gezien de beperkte omvang van zijn verzoek.
De rechtbank weegt snelheid en zorgvuldigheid af en stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 1 september 2025. Tevens wordt een dwangsom opgelegd die oploopt naarmate de termijn wordt overschreden, en wordt verweerder verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden. Er is geen proceskostenveroordeling omdat geen kosten zijn gemaakt.
De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Maarleveld en griffier M. van der Spoel. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.