ECLI:NL:RBNHO:2025:8759
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag rijbewijs wegens onduidelijk verblijfsrecht ondanks spoedeisend belang
Verzoeker, met de Marokkaanse nationaliteit en gehuwd met een Nederlandse EU-burger, deed op 16 april 2025 een aanvraag voor een rijbewijs bij de gemeente Zaanstad. De aanvraag werd mondeling geweigerd vanwege onduidelijkheid over zijn bestendig verblijfsrecht in Nederland. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de mondelinge weigering geen besluit in de zin van de Awb is, maar het schriftelijke besluit van 19 juni 2025 wel. Het beroep wordt daarom als bezwaar aangemerkt en doorgezonden naar het college. De bevoegdheid om een rijbewijs te verlenen ligt bij de burgemeester, niet bij het college, maar dit bevoegdheidsgebrek kan in bezwaar worden hersteld.
De kern van de afwijzing is dat verzoeker niet kan aantonen dat hij een bestendig verblijfsrecht heeft, wat de IND moet vaststellen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezegging is gedaan. Ondanks het spoedeisend belang van verzoeker wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat het bevoegdheidsgebrek kan worden hersteld en het verblijfsrecht nog niet is vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de aanvraag voor een rijbewijs wordt afgewezen vanwege onduidelijkheid over het verblijfsrecht.