Uitspraak
[veroordeelde],
Feiten
Procedure
Bezwaar
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Beoordeling
Beslissing
22 uren;
binnen 12 maanden na hedenmoet worden voltooid.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De veroordeelde was bij vonnis van april 2024 veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren met vervangende hechtenis van 50 dagen bij niet-nakoming. Het Openbaar Ministerie besloot in oktober 2024 en opnieuw in mei 2025 tot omzetting van de taakstraf in hechtenis. Tegen de tweede omzettingsbeslissing werd bezwaar gemaakt en door de rechtbank gegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de omzettingsbeslissing van 1 mei 2025 weliswaar was ondertekend met een natte handtekening in het vakje van de officier van justitie, maar dat de naam van de ondertekenaar ontbrak. Hierdoor was niet verifieerbaar wie de bevoegde autoriteit was die de beslissing nam, wat vereist is volgens de Hoge Raad. De contactpersoon in het briefhoofd kon dit niet voldoende duidelijk maken.
De rechtbank kon daardoor niet controleren of aan de formele vereisten voor rechtsgeldigheid van de omzettingsbeslissing was voldaan en verklaarde het bezwaar gegrond. De taakstraf werd vastgesteld op 22 uren die binnen 12 maanden voltooid moeten worden.
De beslissing werd op 7 juli 2025 openbaar uitgesproken door rechter P.A. Hesselink in Alkmaar.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzettingsbeslissing wordt gegrond verklaard vanwege onduidelijke ondertekening, en de veroordeelde moet 22 uren taakstraf binnen 12 maanden voltooien.