Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:9432

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 augustus 2025
Publicatiedatum
14 augustus 2025
Zaaknummer
11768627 \ CV EXPL 25-4125
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 22 RvArt. 139 RvRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing informatieplichten en algemene voorwaarden bij huurovereenkomst garage

De eisende partij, Stichting Woningbedrijf Velsen, vordert ontbinding van de huurovereenkomst van een garage, ontruiming en betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding. De gedaagde partij is verstek gebleven.

De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten uit de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v BW is voldaan, omdat het hier een overeenkomst op afstand betreft. De eisende partij heeft nagelaten concreet te stellen en te onderbouwen hoe zij aan deze informatieplichten heeft voldaan, waardoor niet kan worden vastgesteld of de consument adequaat is geïnformeerd.

Daarnaast onderzoekt de kantonrechter de toepasselijkheid en eerlijkheid van het rentebeding in de algemene voorwaarden. Dit beding wordt niet als oneerlijk beoordeeld. De kantonrechter geeft de eisende partij de mogelijkheid om vóór de rolzitting op 10 september 2025 alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: Eisende partij krijgt gelegenheid om nadere toelichting te geven over naleving informatieplichten; verdere beslissing aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11768627 \ CV EXPL 25-4125
Uitspraakdatum: 13 augustus 2025
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Stichting Woningbedrijf Velsen
te IJmuiden
de eisende partij
gemachtigden: A. Niekus en mr. E. Krom
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst van een garage aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde), ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 659,60, vermeerderd met een gebruiksvergoeding voor elke maand dat het gehuurde in gebruik blijft, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst en dat deze tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
2.4.
De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft namelijk nagelaten een concrete toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en hoe zij in die situatie heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt.
2.5.
Weliswaar heeft de eisende partij producties bij de dagvaarding overgelegd, maar zonder toe te lichten welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt. Producties kunnen stellingen enkel ondersteunen en niet vervangen. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. [2] Het is dus aan de eisende partij om concreet aan te geven welke informatie in welke productie te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante onderdelen in de producties te onderstrepen of te arceren). De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken [3] kan leiden tot afwijzing van de vordering.
2.6.
Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier stellen en onderbouwen hoe zij ten aanzien van de gedaagde partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.7.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest [4] , gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.8.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: ‘Algemene Huurvoorwaarden voor Garages en Parkeerruimte’ van januari 2009 (hierna: de algemene voorwaarden).
2.9.
In artikel 3 van Pro de huurovereenkomst en artikel 4.2 van de algemene voorwaarden staat een huurprijswijzigingsbeding. Uit de stukken blijkt dat de eisende partij de huurprijs gedurende de looptijd van de huurovereenkomst niet heeft gewijzigd, zodat deze bedingen geen verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid.
2.10.
Het rentebeding in artikel 4.1 van de algemene voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Conclusie en proceskosten
2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat de eisende partij bij akte de onder 2.6. genoemde toelichting moet geven vóór of uiterlijk op de rolzitting van woensdag 10 september 2025;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404.
3.Ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 oktober 2025.
4.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).