Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2025 in de zaak tussen
Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland, uit Alkmaar, eiseres
[belanghebbende 1]uit Alkmaar, belanghebbende 1 (gemachtigde: mr. J. van den Hoorn) en
[belanghebbende 2]uit Alkmaar, belanghebbende 2.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
onevenredigwordt vergroot.
- 0,8 voor de twee kleine appartementen; deze hebben elk een parkeerbehoefte van 0,4 (waarvan 0,2 bezoekersaandeel) parkeerplaatsen.
- 6,3 voor de zeven grote appartementen; deze hebben elk een parkeerbehoefte van 0,9 (waarvan 0,3 bezoekersaandeel) parkeerplaatsen per appartement.
- 0,72 parkeerplaats voor de kleine appartementen: 2 x 0,2 (aandeel bewoners) x 80% (aanwezigheidspercentage bewoners) = 0,32 + 2 x 0,2 (aandeel bezoekers) x 100% (aanwezigheidspercentage bezoekers) = 0,40.
- 5,46 parkeerplaatsen voor de grote appartementen: 7 x 0,6 (aandeel bewoners) x 80% (aanwezigheidspercentage bewoners) = 3,36 + 7 x 0,3 (aandeel bezoekers) x 100% (aanwezigheidspercentage bezoekers) = 2.10.
- Totaal afgerond 6,2 parkeerplekken
oorspronkelijkesituatie. Hierbij gaat het vooral om het beroep dat vanuit de oorspronkelijke functie werd gedaan op de openbare ruimte. De rechtbank constateert in het kader van deze stap op meerdere punten een (motiverings)gebrek en licht dat hierna toe.
zonder dubbelgebruikkan worden afgezet tegen de parkeerbehoefte in de beoogde situatie met een woonfunctie
met dubbelgebruiken waar dat (in de parkeernormennota) uit volgt. De parkeerbehoefte moet in zekere mate objectief worden vastgesteld en bij een functiewijziging moet rekening worden gehouden met het feit dat de bestaande parkeerbehoefte niet op hetzelfde moment van de dag ontstaat als de parkeerbehoefte in de nieuwe situatie [1] .
‘de parkeernorm van de oorspronkelijke situatie is 4,2 parkeerplaatsen. In de huidige situatie zijn er 3 parkeerplaatsen op het eigen terrein en 1,2 parkeerplaats op straat. Voor de nieuwe situatie zijn 9x0,4 = 3,6 parkeerplaatsen nodig, ook weer 3 op eigen terrein en 0,6 op straat. Vanuit verkeer akkoord waarbij wordt opgemerkt dat voor de omgeving de parkeerdruk dus niet toe neemt.’Het college geeft dus expliciet aan dat de parkeerdruk in de omgeving met het project niet toeneemt. In het positieve advies staat ook:
‘U mag aan de hand van deze brief niet concluderen dat de omgevingsvergunning zonder meer wordt verleend. Bij de beslissing op de aanvraag voor een omgevingsvergunning moeten wij nog andere aspecten betrekken en worden alle belangen afgewogen’ Deze opmerking ziet echter op
andere, nog niet betrokken aspecten. In de reactie op de adviesaanvraag staat ook dat de positieve reactie maar één jaar geldig is. Zowel het primaire, als het bestreden besluit zijn binnen dat jaar genomen.