ECLI:NL:RVS:2020:2175
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- J.E.M. Polak
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering omgevingsvergunning kamergewijze verhuur arbeidsmigranten
Appellant vroeg een omgevingsvergunning aan voor kamergewijze verhuur van een tussenwoning aan vijftien arbeidsmigranten, wat niet binnen het bestemmingsplan 'Wonen' paste. Het college verleende aanvankelijk de vergunning, maar herriep deze later na bezwaar en paste het nieuwe, aangescherpte beleid toe. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het college hem gerechtvaardigd vertrouwen had gegeven dat het oude beleid zou gelden en de vergunning zou blijven bestaan. De Afdeling oordeelde dat appellant aannemelijk had gemaakt dat het college toezeggingen had gedaan waaruit hij dit vertrouwen mocht afleiden. Echter, zwaarder wegende belangen van derden en het algemeen belang maakten dat het college het gewekte vertrouwen niet hoefde te honoreren.
De Afdeling vernietigde het oordeel van de rechtbank over de weigering van de vergunning en verklaarde het hoger beroep gegrond. Tevens oordeelde zij dat het college bij het herroepen van de vergunning had moeten onderzoeken of appellant recht had op schadevergoeding wegens het gewekte vertrouwen, wat niet was gebeurd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd voor zover het niet over schadevergoeding beslist.