Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
- het in 4.22 van het tussenvonnis geformuleerde uitgangspunt over financierbaarheid wordt verduidelijkt;
- de correctiefactor van 75% of 40% bij reactie van de erfpachter in de tweede respectievelijk derde maand in 4.24 eerste alinea van het tussenvonnis komt te vervallen en het rekenvoorbeeld wordt dienovereenkomstig aangepast;
- ter verduidelijking van het uitgangspunt in 4.26 van het tussenvonnis dat P1 afhankelijk is van de veronderstelde reactie van de erfpachter, in de hierna te noemen weergave van de regeling een extra zin wordt ingevoegd.
1.De procedure
- de akte van [eisers] van 21 mei 2025
- de akte van de Gemeente van 21 mei 2025 met producties
2.De beoordeling
herkansingte duiden. De keerzijde van die (rechtspolitieke) medaille is dat de Gemeente moet accepteren dat er ook elementen zijn waarbij abstractie van de werkelijkheid in individuele gevallen in haar nadeel kan werken.
overgangstermijn:
communicatie
koopprijs
- per 1 oktober 2007: oude prijs (het hoogste bedrag van de overgangsregeling van het Omzettingsbeleid 2006);
- per 1 november 2007: oude prijs + 33%;
- per 1 december 2007: oude prijs + 66%;
- per 1 januari 2008: nieuwe prijs:de (marktconforme) prijs op basis van het Omzettingsbeleid 2007 per 1 januari 2008.
reactie
financierbaarheid en correctiefactor voor waarschijnlijkheid
contra-indicaties: overige factoren die acceptatie in het concrete geval minder
dvoor de reactietermijn van 75% of 40% als de erfpachter in de tweede respectievelijk derde maand van de overgangsregeling een offerte zou hebben aangevraagd, niet gebruikt hoeft te worden als de door haar voorgestelde systematiek (zie hiervoor 2.11) van een in drie stappen oplopende prijs wordt gevolgd.
dniet nodig is als de door haar voorgestelde systematiek van een oplopende prijs wordt gevolgd.
e2. Er zijn geen contra-indicaties. De kans (A) wordt dan als volgt berekend: A = 60% x
e2= 60% x 50% = 30%.’
3.De beslissing
waarschijnlijkhet is dat hij de hem ontnomen
kanszou hebben
benutindien die hem zou zijn geboden, uitgedrukt in een percentage, en (B) hoe groot het door niet-benutting
misgelopen voordeelis geweest.
- hoe de fictieve overgangsregeling eruit zou hebben gezien,
- hoe daarover zou zijn gecommuniceerd,
- wat, gegeven die regeling, de te verwachten wijze van omgang daarmee van de betrokken erfpachter zou zijn geweest, en, in dat verband,
- welke factoren op die reactie van invloed zouden zijn geweest.
- per 1 oktober 2007: oude prijs (het hoogste bedrag van de overgangsregeling van het Omzettingsbeleid 2006);
- per 1 november 2007: oude prijs + 33%;
- per 1 december 2007: oude prijs + 66 %;
- per 1 januari 2008: nieuwe prijs: de (marktconforme) prijs op basis van het Omzettingsbeleid 2007 per 1 januari 2008.
alleenruimte is voor contra-indicaties indien het hoogstwaarschijnlijk is dat die in dat geval aan het gebruik maken van de regeling in de weg zouden hebben gestaan, waarbij stelplicht en bewijslast op de Gemeente rusten.