Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
Inleiding
Procesverloop
Beslissing
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft op 26 mei 2025 een aanvraag ingediend voor urgentie om met voorrang in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning in de gemeente Bloemendaal. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze aanvraag op 10 juli 2025 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college handhaafde de afwijzing op 6 januari 2026. Hiertegen stelde verzoekster beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 22 januari 2026 en wees het af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. De rechter baseerde zich onder meer op een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarin werd overwogen dat het traject voor terugkeer van het zoontje van verzoekster naar haar gezin nog met veel onzekerheden is omkleed en dat een spoedige terugkeer niet aan de orde is.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van verzoekster niet zodanig urgent is dat een voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Hierdoor krijgt verzoekster het betaalde griffierecht niet terug. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.