ECLI:NL:RBNHO:2026:1299
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. van Doesburg
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting filmfonds niet onrechtmatig ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Eiseres heeft in 2013 een participatie van €20.000 in een filmfonds verworven en deze als negatief resultaat opgevoerd in haar aangifte inkomstenbelasting. Verweerder legde een navorderingsaanslag op omdat de participatie geen bron van inkomen vormt, zoals bevestigd door de Hoge Raad in 2022. Eiseres voerde aan dat het verlies ten laste van haar inkomen mocht worden gebracht en deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat bij een aanzienlijk deel van de participanten geen correctie had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat de groep participanten niet homogeen is en dat de meerderheid van de participanten (59 van 141) geen correctie onderging, wat onvoldoende is voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel. Ook is geen sprake van begunstigend beleid door verweerder. Het zorgvuldigheidsbeginsel en het beginsel van fair play zijn niet geschonden, ondanks dat eiseres zich onzorgvuldig behandeld voelde.
De belastingrente is terecht opgelegd en de navorderingsaanslag is binnen de wettelijke termijn van vijf jaar opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 wordt ongegrond verklaard.