ECLI:NL:RBNHO:2026:1661

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
11474521 \ CV EXPL 25-16
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 22 RvArt. 139 RvRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing oneerlijk incassokostenbeding in algemene voorwaarden

KAV Autoverhuur B.V. vordert betaling van een bedrag plus buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde, die niet is verschenen en tegen wie verstek is verleend. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, waarbij de kantonrechter ambtshalve toetst of aan de precontractuele informatieplichten is voldaan en of de algemene voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten.

De kantonrechter stelt vast dat de precontractuele informatieplichten zijn nageleefd. Vervolgens wordt het incassokostenbeding in artikel 3 lid 4 van Pro de algemene voorwaarden getoetst. Dit beding bepaalt een minimale vergoeding van 15% van het verschuldigde bedrag of €75 bij bedragen onder €500, zonder begrenzing en met verschuldigdheid direct bij verzuim.

De kantonrechter oordeelt dat dit beding aanzienlijk afwijkt van de wettelijke regeling, die een maximale vergoeding voorschrijft en incassokosten pas na het verstrijken van een veertiendagenbrief verschuldigd maakt. Daarom is het beding voorshands oneerlijk en zal het worden vernietigd, met afwijzing van de incassokosten. De overige bedingen zijn niet oneerlijk bevonden.

De eisende partij krijgt gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over dit oordeel. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting van 11 maart 2026 voor verdere beslissing.

Uitkomst: Het incassokostenbeding is voorshands oneerlijk bevonden en de zaak wordt aangehouden voor nadere reactie van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11474521 \ CV EXPL 25-16
Uitspraakdatum: 11 februari 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
KAV Autoverhuur B.V.
te Amstelveen
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
De procedure
1.1. De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 31,56, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [2] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: ‘Algemene huurvoorwaarden van KAV Autoverhuur B.V.’ van januari 2010 (hierna: de algemene voorwaarden).
2.6.
Artikel 3 lid 4 van Pro de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:
‘4. Indien huurder ook na sommatie in gebreke blijft het verschuldigde bedrag te betalen, is hij daarenboven gehouden tot vergoeding van incassokosten. Onder incassokosten wordt verstaan alle kosten die verhuurder in en buiten rechte maakt voor de invordering van het verschuldigde bedrag met een minimum van 15% van het verschuldigde bedrag dan wel, indien het verschuldigde bedrag kleiner is dan 500,- (excl. BTW), met een minimum van 75,- (excl. BTW).’
2.7.
De bedongen vergoeding als bedoeld in voornoemd artikel is niet begrensd in omvang en daarmee mogelijk hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Bovendien zijn volgens de tekst van het beding de incassokosten al verschuldigd zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst voorschrijft dat de incassokosten pas ná het verstrijken van de in de veertiendagenbrief genoemde termijn verschuldigd worden. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat dit beding daardoor aanzienlijk ten nadele van consumenten afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en is voornemens om dit beding te vernietigen en de buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover uit te laten.
2.8.
De overige bedingen die op de vordering van toepassing zijn, te weten artikel 3 lid 3 en Pro artikel 6 van Pro de algemene voorwaarden, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Conclusie
2.9.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.
2.10.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 11 maart 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).