Eiseres ontving op 14 april 2025 een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer over een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Jeugdwet. Zij maakte informeel bezwaar via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), maar het college verklaarde het bezwaar op 30 juni 2025 niet-ontvankelijk wegens te late indiening bij het verkeerde loket.
De rechtbank oordeelt dat de e-mail van 16 mei 2025 van eiseres als een voorlopig bezwaarschrift moet worden aangemerkt, omdat daarin duidelijk wordt gemaakt dat zij het niet eens is met het besluit en bezwaar wil maken. Het CJG is geen zelfstandig bestuursorgaan en heeft formeel geen doorzendplicht, maar de rechtbank stelt dat het college als dienende overheid een zorgplicht heeft om bezwaar dat bij het CJG wordt ingediend door te sturen.
Daarom kan eiseres niet worden verweten dat zij haar bezwaar niet bij de juridische afdeling heeft ingediend. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.