Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2098

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
AWB - 25 _ 1884
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024Art. 5 Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024Art. 6 Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024Art. 227 GemeentewetArt. 1m Wegenverkeerswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging aanslag reclamebelasting wegens ontbreken openbare aankondiging bedrijfskleuren

Belanghebbende exploiteert een bedrijf vanuit een pand met blauw en geel gekleurde gevels en heeft een aanslag reclamebelasting ontvangen voor een oppervlakte van meer dan 400 m². De aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, waarna belanghebbende beroep instelde.

De rechtbank oordeelt dat de kleuren van het pand niet als openbare aankondiging kunnen worden aangemerkt omdat deze niet specifiek kenmerkend zijn voor het bedrijf, niet zijn gekozen door belanghebbende, en niet gericht zijn op het trekken van publiekelijke aandacht. De belettering en borden op het pand zijn kleiner dan 25 m², waardoor geen reclamebelasting verschuldigd is.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de aanslag en de uitspraak op bezwaar, en veroordeelt verweerder in de proceskosten. De overige klachten behoeven geen behandeling.

Uitkomst: De aanslag reclamebelasting wordt vernietigd omdat de bedrijfskleuren geen openbare aankondiging vormen.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1884

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. S.C.H. Overwater),
en

de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan belanghebbende voor het jaar 2024 een aanslag reclamebelasting opgelegd.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026 te Haarlem.
Namens belanghebbende zijn verschenen [naam 1] en
[naam 2] , bijgestaan door haar gemachtigde en mr. [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde [naam 4] .

Overwegingen

Feiten
1. Belanghebbende exploiteert een [bedrijf] . De [werkzaamheden] worden uitgevoerd in en vanuit een pand dat is gelegen aan de [adres] (hierna: het pand). Er zijn geen andere filialen van het bedrijf.
2. De gevels van het pand zijn blauw gekleurd en de raam- en deurkozijnen, (rol)deuren, dakranden en boeidelen zijn geel gekleurd. De handelsnaam van het bedrijf is aangebracht in blauwgekleurde rechtopstaande letters bovenop het dak van het pand. Daarnaast zijn op de gevel van het pand twee blauwe borden aangebracht met daarop de handelsnaam van het bedrijf in de kleur geel en op een van de borden staat een gele vrachtwagen afgebeeld.
3. Met dagtekening 31 december 2024 is een aanslag reclamebelasting ten bedrage van € 30.000 aan belanghebbende opgelegd voor het hebben van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, berekend naar een grondslag van meer dan 400 m² (406,20 m²).

Geschil4. In geschil is of de aanslag reclamebelasting terecht en tot de juiste hoogte aan belanghebbende is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of het uiterlijk van het pand een openbare aankondiging is in de zin van artikel 2 van Pro de Verordening reclamebelasting [gemeente] 2024 (hierna: de Verordening). Voorts is in geschil of de Verordening onverbindend dient te worden verklaard, of er is geheven naar de juiste oppervlakte m² en of verweerder heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.

5. Belanghebbende stelt het volgende:
- Op het pand wordt geen reclame gemaakt met een oppervlakte van meer dan 400 m². De aanslag reclamebelasting is daarom onterecht opgelegd. Ook zijn de kleuren van dit pand geen reclame-uiting voor het bedrijf van belanghebbende. Inmiddels is (of zijn delen van) het pand grijs geschilderd.
- De gemeente [gemeente] hanteert in de Verordening een onjuiste definitie van “aankondiging” en “openbare aankondiging” en deze definities zijn in strijd met geldende jurisprudentie. De Verordening dient daarom onverbindend te worden verklaard.
- Zowel de aanslag van 31 december 2024 als de uitspraak op bezwaar van
20 februari 2025 waren niet onderbouwd met een berekening van de oppervlakte, alleen de omvang en het bedrag waren vermeld. Het was daardoor onduidelijk waarvoor de belastingaanslag werd opgelegd. Uit de rapportage blijkt niet hoe de afmetingen zijn vastgesteld. De omvang van 406,20 m² is onjuist.
- In de brief van 10 mei 2024 met de aankondiging dat de gemeente [gemeente] vanaf 2024 reclamebelasting zou gaan heffen stond niet vermeld hoe hoog de aanslag zou zijn voor het pand. Het zou zorgvuldiger zijn geweest als dit van tevoren bekend was, dan had belanghebbende er eerder voor kunnen kiezen om het pand te schilderen in een andere kleur.
- De aanleiding voor de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting [gemeente] 2024 is een bezuiniging. Deze verordening dient onverbindend verklaard te worden wegens misbruik van de bevoegdheid om reclamebelasting te heffen.
- De aanslag reclamebelasting van € 30.000 in 2024 is onevenredig hoog. Belanghebbende draagt zelfstandig minstens 3% bij aan de verhoging van de inkomsten van de gemeente [gemeente] .
Belanghebbende verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, de uitspraak op bezwaar te
vernietigen en de aanslag reclamebelasting te vernietigen, dan wel te verminderen.
6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de aanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd en dat de bedrijfskleuren op het pand conform de Verordening in de heffing zijn betrokken. Verweerder bestrijdt voorts dat de Verordening onverbindend moet worden verklaard en stelt zich op het standpunt dat niet is gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Ook betwist verweerder dat de aanslag reclamebelasting onevenredig hoog is. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
7. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.
Beoordeling van het geschil
Juridisch kader
8. In artikel 227 van Pro de Gemeentewet is bepaald dat ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg, reclamebelasting kan worden geheven.
9. De gemeente [gemeente] heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt en heeft op 23 november 2023 de Verordening vastgesteld. Met ingang van 1 januari 2024 wordt er in de gemeente [gemeente] belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg met een oppervlakte van meer dan 25 vierkante meter. In de Verordening is verder – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:
Artikel 1 Definities Pro
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. aankondiging: een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;
b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, en welke naar omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen;
c. gevel: het gedeelte van een gebouw dat, met uitzondering van het dak, van buitenaf zichtbaar is;
d. openbare aankondiging: een aankondiging is openbaar indien het publiek vanaf de openbare weg de aankondiging visueel kan waarnemen;
e. weg: weg als bedoeld in artikel 1m eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet.
(…)
Artikel 5 Maatstaf Pro van heffing en belastingtarief
1. De reclamebelasting wordt geheven naar de oppervlakte van de openbare aankondiging.
2. Het tarief bedraagt per kalenderjaar waarin het belastbaar feit zich voordoet:
Voor openbare aankondigingen die zichtbaar zijn van de openbare weg gelden de volgende tarieven voor de opgetelde oppervlakten:
• tot 25 m2 – € 0 per m2;
• tussen 25 m2 en 50 m2 - € 750 euro;
• tussen 50 m2 en 100 m2 - € 2.500 euro;
• tussen 100 m2 en 200 m2 - € 7.500 euro;
• tussen 200 m2 en 400 m2 - € 15.000 euro; en
• groter dan 400 m2 € - 30.000 euro.
Artikel 6 Berekening Pro van de oppervlakte van een openbare aankondiging
1. De oppervlakte van een openbare aankondiging wordt bepaald op het product van de grootste lengte vermenigvuldigd met de grootste breedte van de openbare aankondiging.
2. Indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingsvoorwerp, wordt de oppervlakte van de openbare aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp, voor- en achterzijde tezamen, waarop de openbare aankondiging wordt gedaan. Indien het aankondigingsvoorwerp verschillende zijden heeft met openbare aankondigingen, wordt de oppervlakte van iedere zijde afzonderlijk berekend.
3. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het voorwerp bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit.
4. Indien de openbare aankondiging bestaat in het aankondigingsvoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de openbare aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte of de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit. Indien het aankondigingsvoorwerp geen zijden heeft, wordt de in de vorige zin berekende oppervlakte vermenigvuldigd met 2.
5. Conform de systematiek van artikel 16 van Pro de Wet waardering onroerende zaken worden voor de toepassing van dit artikel openbare aankondigingen die bij één gebouw of gedeelte daarvan behoren, aangemerkt als één openbare aankondiging. Indien meerdere gebouwen of gedeelten daarvan naast elkaar zijn gelegen en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige, worden de openbare aankondigingen die bij deze bouwwerken of gedeelten daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel aangemerkt als één openbare aankondiging.”
Openbare aankondiging
10. Vaststaat dat de gevelplaten van het pand blauw zijn gekleurd en dat de raam- en deurkozijnen, garagedeuren, dakranden en boeidelen geel zijn gekleurd.
Belanghebbende stelt dat de blauwgekleurde gevelbeplating en de geelkleurde delen van het pand geen reclame-uiting zijn voor haar. Met de bouw is de blauwe beplating als gevel aangebracht. Deze kleur werd door de aannemer aangeboden als mogelijkheid. Toentertijd waren maar enkele kleuren mogelijk om uit te kiezen, waaronder deze kleur blauw. De blauwe kleur van de gevelbeplating is niet op verzoek van belanghebbende ontwikkeld. Noch is het de bedoeling geweest om dit als bedrijfskleur te laten uitdragen of hiermee reclame te maken. De blauwe letters met [tekst] bovenop het pand zijn aangebracht nadat het pand was gebouwd en in de blauwe kleur uitsluitend om welstandsredenen, namelijk om de letters zoveel mogelijk in overeenstemming te laten zijn met de blauwe gevelbeplating hetgeen zorgt voor een rustige uitstraling voor de omgeving. De kleuren blauw en geel zijn volgens belanghebbende niet specifiek kenmerkend voor haar bedrijf. Andere bergingsbedrijven hanteren dezelfde kleurstelling, de blauwe gevelbeplating is ook bij andere panden uit dezelfde bouwperiode gebruikt en de gele garagedeuren zijn bij meerdere bedrijven in de omgeving geplaatst. De kleuren van de gevels van het pand hebben volgens belanghebbende niet als doel extra omzet te genereren noch zijn de kleuren gericht op het trekken van aandacht. Belanghebbende heeft daarbij voorts gewezen op de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 19 juli 2012, ECLI: NL: RBALK:2012: BX4279.
11. De rechtbank overweegt dat de Verordening in artikel 1 een Pro nadere omschrijving geeft van wat onder het begrip ‘openbare aankondiging’ moet worden verstaan, namelijk een openbare aankondiging in letters, cijfers, tekens, symbolen, logo’s, vormen, kleuren of een reclamevoorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg (artikel 1 onder Pro a). Een aankondiging is openbaar indien het publiek vanaf de openbare weg de aankondiging visueel kan waarnemen (artikel 1 onder Pro d). Onder de term "openbare aankondigingen" dient te worden verstaan alle tot het publiek gerichte mededelingen welke erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd (vgl. Gerechtshof Amsterdam, 9 januari 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:203 en HR 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AX2154).
12. Op basis van de door verweerder overgelegde foto’s van het pand stelt de rechtbank vast dat de blauwe kleur van de bedrijfsnaam in staande letters bovenop het pand van belanghebbende sterk afwijkt van de kleur blauw op de gevel(platen) van het pand. Ook met betrekking tot de borden die zijn aangebracht op de gevel van het pand en de belettering op die borden, ziet de rechtbank op de foto’s kleurverschillen ten opzichte van de kleurstellingen van het pand zelf. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de blauwe en gele kleur van het pand onderdeel zijn van de huisstijl van belanghebbende. Er is ook geen sprake van andere filialen van belanghebbende en gesteld noch gebleken is van overeenkomstige kleurstellingen op de website van het bedrijf. De rechtbank acht hierbij in het bijzonder van belang dat - zo heeft verweerder niet weersproken - de kleur van de blauwe gevelplaten pand niet door belanghebbende is gekozen maar is aangebracht door de aannemer die het pand heeft gebouwd. Ook acht de rechtbank van belang dat één van de op de gevel aangebrachte borden ( met [afbeelding] ) een zelfgemaakt afscheidscadeau betreft afkomstig van het personeel aan de vader van de huidige directeur van het familiebedrijf ( [naam 1] ). Er is geen sprake van een bedrijfslogo. Gelet op de aard van het bedrijf ( [werkzaamheden] ) is er ook - zo heeft belanghebbende onweersproken naar voren gebracht - geen reden om de aandacht van het publiek te trekken en weten de opdrachtgevers/klanten ( [klanten] ) haar ook zonder reclame-uitingen te vinden. Ook vanuit die optiek is het minder voor de hand liggend tevens de kleurstellingen van het pand aan te merken als een reclame-uiting.
13. De rechtbank is gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien van oordeel dat de blauw- en geelgekleurde delen van het pand niet kunnen worden aangemerkt als een tot het publiek gerichte mededeling, ook niet in combinatie met de genoemde andere bedrijfsaanduidingen (de borden en de letters op het dak). Niet aannemelijk is geworden dat de kleurstelling van het pand erop is gericht de belangstelling van het publiek te trekken. De rechtbank concludeert dat de blauw- en geelgekleurde delen van het pand ten onrechte door verweerder tot de openbare aankondiging zijn gerekend.
14. Bij deze uitkomst is niet in geschil dat de belettering op het dak van het pand en de borden op de gevel samen een oppervlakte hebben van minder dan 25 m². Gelet op deze afmetingen is geen reclamebelasting verschuldigd en dient de aanslag te worden vernietigd.
15. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard. De overige klachten behoeven geen behandeling.
Proceskosten
16. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de aanslag reclamebelasting,
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van
€ 1.868, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 385 aan belanghebbende te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A. Fase, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.M. van Wijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
26 februari 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).