Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 2.214,19 bruto per maand aan loon vanaf 1 maart 2025 tot aan de datum van het vonnis in deze zaak. [eiser] vordert ook wettelijke verhoging en wettelijke rente. [eiser] legt aan haar vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij hersteld is per 1 maart 2025 en zich beschikbaar heeft gesteld voor werkzaamheden, zodat zij op grond van artikel 7:628 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) recht heeft op loon.
4.De beoordeling
€ 2.214,19 bruto per maand vanaf 1 maart 2025.
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op: