Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
De verdachte heeft pas op het allerlaatste moment geremd bij het naderen van de fietsoversteekplaats en heeft (ook) daardoor niet (in voldoende mate) op de verkeerssituatie kunnen reageren. Hiermee heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank onaanvaardbare risico’s genomen. Hij heeft zichzelf in de positie gebracht dat hij de verkeersfout van [slachtoffer] , het niet verlenen van voorrang, niet meer kon opvangen, ontwijken of de gevolgen daarvan kon beperken. Gelet op de genoemde verkeersfouten van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld, als gevolg waarvan het dodelijke ongeval heeft plaatsgevonden.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
8.Verbeurdverklaring
9.Vorderingen benadeelde partijen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
ZES MAANDEN.
TWEE MAANDEN nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.
- De veroordeelde zich binnen drie dagen meldt bij Reclassering Leger des Heils op het [adres] . De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
- De veroordeelde zich laat zich begeleiden door Leger des Heils ambulant of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding start bij aanvang van het toezicht. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.
- De veroordeelde houdt zich aan de officiële aanwijzingen die door de reclassering worden gegeven. Ook als dat inhoudt meewerken aan het vinden van dagbesteding en/of meewerken aan schuldhulpverlening.
TWEE JAAR, met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
[benadeelde 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 20.795,04 (twintigduizend zevenhonderdenvijfennegentig euro en vier eurocent)bestaande uit € 2.795,04 als vergoeding voor de materiële en € 18.500,- als vergoeding voor de immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 18.500,- (achttienduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor de immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 18.500,- (achttienduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor de immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 3] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde 4]geleden schade tot een bedrag van
€ 18.500,- (achttienduizend vijfhonderd euro)als vergoeding voor de immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde 4] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.