ECLI:NL:RBNHO:2026:2594

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
11760128 \ CV EXPL 25-1854
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 7 BWArt. 6:230o lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging incassokostenbeding wegens schending precontractuele informatieplichten

In deze civiele zaak tussen Doucheservice B.V. en een consument heeft de kantonrechter ambtshalve getoetst of de eisende partij heeft voldaan aan haar (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij stelde dat zij aan deze plichten had voldaan, maar de rechtbank oordeelde dat onvoldoende was aangetoond dat de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst op de juiste wijze was geïnformeerd over essentiële informatie zoals het herroepingsrecht, de vergoeding van redelijke kosten bij ontbinding en de minimumduur van verplichtingen.

De informatie over betaling en opzegging was pas verstrekt na het sluiten van de overeenkomst, waardoor de consument niet tijdig was geïnformeerd. Ook was niet duidelijk gemaakt dat bepaalde informatie in de algemene voorwaarden stond, wat een schending van de informatieplicht opleverde. De kantonrechter paste een sanctie toe door de overeenkomst gedeeltelijk te vernietigen, waardoor de betalingsverplichting van de consument met 40% werd verminderd.

Daarnaast werd het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden vernietigd wegens oneerlijkheid, waardoor buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen. De vordering werd uiteindelijk gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van €171,60 plus wettelijke rente vanaf 17 juni 2025. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van proceskosten, met uitzondering van de kosten voor het opstellen van de akte die voor rekening van de eisende partij kwamen.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.

Uitkomst: De betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 40% en het incassokostenbeding wordt vernietigd wegens schending van informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 11760128 \ CV EXPL 25-1854
Uitspraakdatum: 12 maart 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Doucheservice B.V.
te Delft
de eisende partij
gemachtigde: Armaere Incassospecialisten & Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te gemeente [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 20 november 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de wijze waarop zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten en over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.1.
De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij schermafbeeldingen van haar website overgelegd, voorzien van een toelichting. Uit deze toelichting en stukken blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder g, h, j, o en p BW heeft voldaan.
2.2.
De eisende partij stelt dat de informatie over de wijze van betaling en de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst (zoals bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder g en onder o BW) is opgenomen in de bestelbevestiging en in de facturen. Deze documenten worden echter pas verstrekt nadat de overeenkomst tot stand gekomen is. Omdat de eisende partij hierover niets anders gesteld heeft, moet het er daarom voor worden gehouden dat de gedaagde partij niet van deze informatie op de hoogte was voordat de overeenkomst tot stand kwam.
2.3.
De eisende partij stelt dat de informatie over het herroepingsrecht, de vergoeding van redelijke kosten bij ontbinding en de minimumduur van de verplichtingen (zoals bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h, j en p BW) is opgenomen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat de gedaagde partij hiermee niet op duidelijke en begrijpelijke wijze op de hoogte is gebracht van deze informatie. De gedaagde partij had er vóór het sluiten van de overeenkomst tenminste expliciet op gewezen moeten worden dát deze informatie in de algemene voorwaarden te vinden is. Niet gesteld of gebleken is dat daaraan is voldaan. Voor deze schendingen zal een sanctie worden toegepast.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
2.4.
De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW. Ter onderbouwing daarvan heeft zij verwezen naar de bestelbevestiging, maar dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Daarin ontbreekt namelijk in ieder geval de informatie over het herroepingsrecht, de vergoeding van redelijke kosten bij ontbinding en de minimumduur van de verplichtingen. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.5.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.6.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] en onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 [2] moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.7.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 40%.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.8.
In het tussenvonnis is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 8 van Pro de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft daar in de akte echter geen gebruik van gemaakt. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.9.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 171,60 aan hoofdsom toewijsbaar
(€ 286,00 x 0.60).
2.10.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Conclusie en proceskosten
2.11.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.12.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 171,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 juni 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 43,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44.
2.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.