Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2707

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
11995644
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 7:11 BWArt. 7:26 lid 2 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument hoeft factuur niet te betalen wegens onvoldoende bewijs van ontvangst bestelling

Alektum Capital II AG vordert betaling van een factuur voor een bestelling die via de webwinkel Wish is geplaatst en achteraf betaald zou worden via Klarna. De consument, [gedaagde], betwist de vordering en stelt dat hij de bestelling nooit heeft ontvangen.

De kantonrechter toetst ambtshalve of de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten en oordeelt dat dit voldoende is onderbouwd. Vervolgens wordt de bewijslast van ontvangst besproken: op grond van artikel 7:11 BW Pro ligt het risico van bezorging bij de verkoper tot het moment van daadwerkelijke ontvangst door de consument.

Alektum slaagt er niet in te bewijzen dat de bestelling daadwerkelijk is afgeleverd aan de consument. De enkele stelling dat de producten naar het opgegeven adres zijn verzonden, zonder nadere onderbouwing, is onvoldoende. Daarom wordt de vordering afgewezen en moet Alektum de proceskosten betalen.

Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen omdat de handelaar niet heeft bewezen dat de consument de bestelling heeft ontvangen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11995644 \ CV EXPL 25-8072
Uitspraakdatum: 18 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Alektum Capital II AG
te Zug, Zwitserland
de eisende partij
hierna te noemen: Alektum
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
hierna te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het mondelinge antwoord;
- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft daarna niet meer gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 89,23 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft goederen gekocht via de website van Wish, waarbij hij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.
2.3.
[gedaagde] betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.2.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.
Beoordeling van bestelling en ontvangst
3.3.
[gedaagde] heeft erkend dat hij bij Wish een bestelling heeft geplaatst. Hij voert aan dat hij deze bestelling nooit heeft ontvangen. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [gedaagde] dat hij zich op het standpunt stelt dat hij niet hoeft te betalen voor iets wat hij niet geleverd heeft gekregen.
3.4.
Alektum betwist het verweer van [gedaagde] en stelt dat [gedaagde] contact had moeten zoeken met Wish en deze communicatie in het geding had moeten brengen. [gedaagde] heeft Alektum eerst nadat er aanmaningen zijn verzonden op de hoogte gebracht van zijn stelling dat hij de bestelling niet zou hebben ontvangen.
3.5.
Omdat [gedaagde] aanvoert dat hij de bestelling niet heeft ontvangen, zou hij op grond van de hoofdregels van artikel 150 Rv Pro hiervan de bewijslast dragen. In dit geval geldt daar echter een uitzondering op. Op grond van artikel 7:11 BW Pro gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaak heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld dat de consument daadwerkelijk de zaak in handen heeft gekregen. De verkoper is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan de consument. Op Alektum rust daarom de bewijslast dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Verder dient op grond van artikel 7:26 lid 2 BW Pro de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Nu [gedaagde] betwist dat hij de bestelling heeft ontvangen, betwist hij tevens de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Alektum om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling wel ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen. De enkele stelling van Alektum dat de producten naar het opgegeven adres zijn verzonden, zonder enige vorm van onderbouwing en bevestiging van aflevering van de bestelling, is daartoe onvoldoende. Zij laat na te stellen en onderbouwen wanneer aflevering heeft plaatsgevonden, op welke wijze en of en hoe zij [gedaagde] daarvan op de hoogte heeft gebracht. Aangezien de bewijslast van de aflevering van de bestelling op Alektum rust, volgt de kantonrechter Alektum niet in haar standpunt dat het op de weg van [gedaagde] had gelegen om te onderbouwen dat hij via zijn Wish-account in contact is getreden met Wish. De vordering van Alektum wordt afgewezen.
Proceskosten
3.6.
Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. [gedaagde] procedeert in persoon en is op 17 december 2025 naar de rechtbank gekomen om te reageren op de dagvaarding van Alektum. Alleen de noodzakelijke reis-, verblijf- en verletkosten voor het bijwonen van de zitting komen voor vergoeding in aanmerking. Deze worden vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 50,00.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van Alektum af,
4.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Alektum niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.