Uitspraak
[gedaagde 1] H.O.D.N. [bedrijf]in hoedanigheid van bewindvoerder in het bewind van
[betrokkene],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 5 januari 2026,
- de wijziging van eis van 5 januari 2026,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een kort geding tussen een verhuurder en een huurder die onder bewind is gesteld. De huurder heeft sinds april 2024 meerdere keren de huur niet tijdig of volledig betaald, met een achterstand die op 5 januari 2026 nog €705,25 bedroeg. De verhuurder vordert ontruiming en betaling van de huurachterstand inclusief incassokosten en rente.
De kantonrechter verklaart de verhuurder niet-ontvankelijk jegens de huurder zelf, omdat deze onder bewind staat, en richt de vordering tegen de bewindvoerder. De huurprijswijzigingsbeding in de huurovereenkomst wordt ambtshalve getoetst en niet als oneerlijk beoordeeld. De huurachterstand en rente worden toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke aanmaningseisen.
De gevorderde ontruiming wordt afgewezen omdat de huurachterstand minder dan drie maanden bedraagt, de lopende huur wordt betaald, en ontruiming een vergaande maatregel is gezien de woningmarkt en de situatie van de huurder. De verhuurder heeft ook niet voldaan aan haar inspanningsverplichting tot vroegsignalering. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Bewindvoerder veroordeeld tot betaling huurachterstand en rente, ontruiming afgewezen, proceskosten gecompenseerd.