Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [eiser], met producties 21 tot en met 38;
- de akte van [gedaagde], met productie 4;
2.De feiten
“(…) Het is u bekend dat cliënte eind 2022 naar Noorwegen is vertrokken met het plan zich daar permanent te vestigen. Zij kocht een schoolgebouwtje dat zij wilde transformeren tot woonruimte met een bed & breakfast (…) Dit plan kreeg handen en voeten, omdat u de woning aan de [adres 1] graag wilde kopen tegen een marktconforme prijs met korting. Met deze verkoopopbrengst zou cliënte de verbouwing en transformatie van het schoolgebouw bekostigen. In april 2023 zag u – om voor u moverende redenen – af van de koop van de woning aan de [adres 1]. (…) Voor cliënte betekende dit dat zij haar plannen in Noorwegen moest opgeven. (…) Cliënte zag zich daardoor genoodzaakt terug te keren naar haar koopwoning in Nederland. In juli 2023 heeft cliënte de huurovereenkomst voor de [adres 1] daarom opgezegd op basis van ‘dringend eigen gebruik’. U verzette zich tegen deze opzegging. In opdracht van cliënte startte DAS een procedure. Tot een inhoudelijke beoordeling van de opzegging kwam de kantonrechter echter niet (…).
3.Het geschil
4.De beoordeling
Dit is een aanbod voor hulp bij juridische verandering van gebruik van voormalig kinderdagverblijf naar een eengezinswoning aan [adres 2], [plaats 1]. (…) De ontvanger van het bod kocht het gebouw op 4 januari 2023 van de gemeente [gemeente], met een verzoek aan [betrokkene 1] AS om te helpen bij het aanvraagproces voor de bouwvergunning voor de noodzakelijke wijziging van gebruik. (…)”De kantonrechter ziet geen reden om aan de juistheid van dit rapport te twijfelen.