Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2987

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
11885533 \ CV EXPL 25-6204
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 14 BOVAG-voorwaarden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging overeenkomst wegens schending precontractuele informatieplichten en oneerlijke algemene voorwaarden

De eisende partij heeft niet voldoende aangetoond dat zij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten zoals bedoeld in artikel 6:230l onder c en d BW. De informatie over de prijs van de diensten en de termijn waarbinnen deze worden verleend ontbrak in het door de gedaagde partij getekende opdrachtformulier en is niet op andere wijze verstrekt.

Op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Hoge Raad moet een sanctie worden opgelegd die doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig is. Daarom wordt de overeenkomst gedeeltelijk vernietigd voor 20% van de oorspronkelijk verschuldigde hoofdsom.

Daarnaast zijn de incassokosten- en administratiekostenbedingen in de algemene voorwaarden vernietigd wegens oneerlijkheid. De buitengerechtelijke incassokosten en administratiekosten over boetes worden afgewezen. De vordering tot vergoeding van verschenen rente wordt afgewezen omdat deze is berekend over een te hoog bedrag. De wettelijke rente wordt toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding.

De gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van € 2.006,82 plus wettelijke rente en proceskosten, terwijl de kosten voor het opstellen van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. De vordering wordt daarmee gedeeltelijk toegewezen.

Uitkomst: De overeenkomst wordt gedeeltelijk vernietigd voor 20% van de hoofdsom en incasso- en administratiekostenbedingen worden vernietigd wegens oneerlijkheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11885533 \ CV EXPL 25-6204
Uitspraakdatum: 18 maart 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Equilibristen gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 21 januari 2026 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om bij akte toe te lichten op welke wijze zij bij het tot stand komen van de overeenkomst heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten en om zich uit te laten over het in het tussenvonnis voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van een aantal bedingen in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.1.
Uit de toelichting van de eisende partij blijkt niet (voldoende) dat zij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230l onder c en d BW heeft voldaan. De eisende partij stelt immers dat alle artikel 6:230l BW bedoelde informatie is opgenomen in het door de gedaagde partij getekende opdrachtformulier. Daarin ontbreekt echter enige informatie over de prijs van de diensten (als bedoeld in artikel 6:230l onder c BW) en over de termijn waarbinnen de eisende partij zich verbindt om deze diensten te verlenen (als bedoeld in artikel 6:230l onder d BW). De eisende partij heeft niet gesteld dat zij de gedaagde partij op een andere manier van deze informatie heeft voorzien. Voor deze schendingen zal een sanctie worden opgelegd.
2.2.
Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] en onder meer het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 [2] moet de kantonrechter aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.
2.3.
Met het oog op voornoemde Europeesrechtelijke beginselen en de jurisprudentie van het HvJ EU en de Hoge Raad, zal de overeenkomst gedeeltelijk worden vernietigd, te weten voor 20% van de door de gedaagde partij oorspronkelijk verschuldigde hoofdsom.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.4.
De eisende partij heeft zich voor wat betreft het voorlopig oordeel over het incassokostenbeding in artikel VI, lid 4 en 5 van de algemene voorwaarden gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt daarom dit beding. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). De buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.
2.5.
Voor wat betreft het voorlopig oordeel over het administratiekostenbeding stelt de eisende partij zich op het standpunt dat zij altijd een vast en beperkt bedrag van € 10,- (kennelijk exclusief btw) aan administratiekosten hanteert.
2.6.
Dit betoog slaagt niet. Dat de eisende partij, zoals zij stelt, nooit uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in de artikel 14 van Pro de BOVAG-voorwaarden, doet aan de oneerlijkheid daarvan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het haar vrij had gestaan om af te wijken van het oneerlijke beding, bijvoorbeeld door in de huurovereenkomst op te nemen dat de administratiekosten altijd beperkt zullen worden tot een bepaald bedrag.
2.7.
De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen reden om nu anders over de oneerlijkheid van artikel 14 van Pro de BOVAG-voorwaarden te denken en vernietigt dit beding. Dit betekent dat de gevorderde administratiekosten over de boetes zullen worden afgewezen (5 x € 12,10 = € 60,50).
Wat is toewijsbaar?
2.8.
De sanctie voor het schenden van de informatieplichten wordt opgelegd over de contractuele afspraken en niet over de doorbelaste boetes. Wel worden de administratiekosten over de boetes afgewezen vanwege de oneerlijkheid van het administratiekostenbeding. Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 2.006,82 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 1.937,32 x 0.8 + € 517,46 – € 60,50).
2.9.
De buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
2.10.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Conclusie en proceskosten
2.11.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.12.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 2.006,82, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 11 september 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 119,40;
griffierecht € 514,00;
salaris gemachtigde € 217,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44.
2.Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.