ECLI:NL:RBNHO:2026:3111
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende motivering eerste ziektedag
De zaak betreft een werkgeversberoep tegen het besluit van het UWV om een Ziektewet-uitkering toe te kennen aan een werknemer met terugwerkende kracht vanaf 16 april 2024. Eiseres betwist de toekenning en voert aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende medisch is onderbouwd.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de eerste ziektedag heeft vastgesteld zonder een zorgvuldig en deugdelijk medisch onderzoek, waarbij het vooral heeft vertrouwd op de verklaring van de werknemer zelf. Er is geen aanvullend onderzoek gedaan naar de omstandigheden rond de ziekmelding, noch is er een belangenafweging gemaakt. Dit leidt tot een motiveringsgebrek in het besluit.
Gelet op de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep moet het UWV bij het vaststellen van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag zorgvuldig en goed gemotiveerd te werk gaan, zeker wanneer het besluit met terugwerkende kracht wordt genomen en belastend is voor de werkgever.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot toekenning van de Ziektewet-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de eerste ziektedag en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.