6.3.Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals uit
de hierna te noemen rapportage van de Raad van 11 maart 2026 en uit het onderzoek op de zitting is gebleken.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing, door het afsteken van een vuurwerkbom bij een woning in de nachtelijke uren. De verdachte heeft dit in opdracht van een onbekende gedaan en heeft hiervoor € 1.200 gekregen. De opdracht kreeg de verdachte via Snapchat; er was een oproep geplaatst of iemand snel geld wilde verdienen. De verdachte had dit moeten negeren, maar is in plaats daarvan actief op het voorstel ingegaan en heeft de opdracht uiteindelijk aanvaard.
Ten tijde van de ontploffing waren de moeder met haar vijf (deels nog heel jonge) kinderen in de woning aanwezig. Zij moesten door de ontploffing plotseling en midden in de nacht hun woning verlaten. Hierdoor hebben zij veel gevoelens van angst en onveiligheid ervaren. Dit blijkt uit wat de vader op de zitting heeft gezegd over de gevolgen voor zijn gezin, als ook uit de op de zitting voorgelezen slachtofferverklaringen van de moeder en twee van de oudere dochters. De verdachte heeft niet nagedacht over de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers, maar heeft zich enkel laten leiden door “snel geld”. De getroffen woning maakt onderdeel uit van een appartementencomplex waar meerdere mensen wonen. Dat kennelijk zomaar een vuurwerkbom bij de voordeur van een woning in een appartementencomplex kan worden gelegd, moet ook voor de buren ongetwijfeld een zeer beangstigende gedachte zijn.
De rechtbank rekent dit alles de verdachte zwaar aan.
Strafblad van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet
op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 11 februari 2026. Hieruit blijkt dat hij geen eerdere veroordelingen op zijn naam heeft staan.
Persoonlijke omstandigheden
Uit de rapportage van de Raad blijkt dat er voor de verdachte verschillende risicofactoren bestaan en dat het risico op recidive als hoog wordt ingeschat. De verdachte heeft een belast verleden. Hij heeft in de afgelopen tijd veel woonwisselingen meegemaakt en heeft zijn moeder ruim een jaar niet gezien doordat zij gedetineerd zat op Curaçao. De verdachte, destijds 14 jaar, woonde in die periode niet huis, maar inmiddels weer wel. Omdat in de thuissituatie nog steeds zorgen bestaan, zal bekeken worden wat voor de verdachte een passende toekomstige woonplek is.
Verder gaat de verdachte, mede vanwege de vele woonwisselingen, al twee jaar niet naar school en heeft hij daardoor geen gestructureerde en zinvolle dagbesteding, wat negatieve effecten kan hebben op zijn ontwikkeling. Positief is dat verdachte zich aan de schorsingsvoorwaarden heeft weten te houden, een positieve vrijetijdsbesteding heeft (intensieve voetbaltraining) en een goed contact heeft met zijn Nova Forte-coach, bij wie hij steeds meer open durft te zijn.
De Raad acht hulpverlening en begeleiding vanuit de jeugdreclassering voor de verdachte nodig, zodat hij zich op een positieve manier kan ontwikkelen en zo recidive zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Een onvoorwaardelijke jeugddetentie zal de positieve ontwikkelingen en ingezette hulpverlening doorkruisen. Gelet op de kwetsbaarheid van de verdachte acht de Raad jeugddetentie als voorwaardelijke strafmodaliteit niet passend.
De Raad heeft geadviseerd om aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke jeugddetentie, zo mogelijk gelijk aan de duur van zijn voorarrest, en een voorwaardelijke werkstraf als ‘stok achter de deur’.
Aan het voorwaardelijke strafdeel dienen als bijzondere voorwaarden te worden verbonden een meldplicht bij de jeugdreclassering, het meewerken aan het vinden en behouden van een positieve dagbesteding in de vorm van school/werk en het meewerken aan hulpverlening en begeleiding vanuit Nova Forte Zorg of een soortgelijke instelling.
Namens de jeugdreclassering is hierop aangevuld dat de verdachte een voorzichtige positieve ontwikkeling laat zien, maar nog wel een weg te gaan heeft. De verdachte heeft een goede klik met zijn huidige coach, dat is positief. Op een passende school voor de verdachte is helaas nog geen zicht. Hier wordt vanuit de jeugdreclassering zoveel mogelijk druk op gezet.
De verdachte heeft op de zitting aangegeven dat hij spijt heeft van zijn handelen en dat hij gemotiveerd is om iets van zijn toekomst te maken. Hij heeft hierbij in zijn ogen echter geen hulpverlening nodig.
De straf
Vanwege de ernst van het feit is in beginsel een jeugddetentie een passende reactie. Het was ook voor de verdachte natuurlijk duidelijk dat een vuurwerkbom plaatsen heel gevaarlijk en heel kwaadaardig is. Aan de gevolgen voor de slachtoffers heeft de verdachte niet gedacht, hij dacht alleen maar aan het geld.
De rechtbank houdt er wel rekening mee dat de verdachte jong was, geen ouderlijke begeleiding had ten tijde van het feit en misbruikt is door criminelen om hun vuile werk op te knappen. De verdachte op de zitting rechtstreeks spijt betuigd aan het slachtoffer, dat op de zitting aanwezig was. Deze spijtbetuiging kwam op de rechtbank oprecht over.
Ook weegt de rechtbank mee dat de verdachte hulpverlening nodig heeft om zich op een positieve manier te kunnen ontwikkelen, zijn belaste verleden te kunnen verwerken en hiermee recidive te kunnen voorkomen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie passend
is. Na de 24 dagen die de verdachte al in voorarrest heeft vastgezeten hoeft hij niet opnieuw terug naar de jeugdgevangenis. De rechtbank is van oordeel dat dit de prille positieve ontwikkelingen in het leven en de houding van de verdachte en de daarvoor noodzakelijke voortzetting van de hulpverlening zou doorkruisen. De rechtbank zal dan ook aan de verdachte opleggen 120 dagen jeugddetentie, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan, 96 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van de proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank de hiervoor genoemde, door de Raad geadviseerde, bijzondere voorwaarden verbinden.
Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om aan de verdachte een contactverbod op te leggen met de slachtoffers, (tenzij met goedvinden van de jeugdreclassering en onder begeleiding van professioneel betrokkenen contact eventueel nodig is in het kader van herstelbemiddeling).
Voor een contactverbod met de nog op te sporen/te vervolgen/te veroordelen mededaders, zoals namens de benadeelde partijen is verzocht, ziet de rechtbank geen mogelijkheden, reeds omdat bij gebreke van gegevens over welke personen dat betreft daaraan geen praktische uitvoering kan worden gegeven.
Vanwege de ernst van het feit zal de rechtbank verder aan de verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen voor de duur van 60 uur, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 dagen jeugddetentie.
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte ook nu nog de gevolgen dient te
ondervinden van zijn handelen. Daarbij heeft de verdachte op dit moment geen zinvolle
en gestructureerde dagbesteding en is een werkstraf ook vanuit pedagogisch oogpunt passend.