3.6In het bestreden besluit van 25 april 2025 heeft de minister het verzoek alsnog afgewezen. De minister geeft aan dat het verzoek niet ziet op een aangelegenheid. Volgens de minister kent het verzoek geen duidelijke begrenzing van de hoeveelheid documenten waar het op ziet, omdat het betrekking zou hebben op alle aangelegenheden, inclusief sociaal getinte contactmomenten.
4. Eiser voert aan dat in dit geval de aangelegenheid is: de contactmomenten en correspondentie tussen enerzijds de (voormalig) bewindspersonen van VWS en anderzijds de (voormalig) leden van het OMT. Omdat bij de invoering van de Woo is gekozen voor een informatiestelsel hoeft volgens eiser niet om specifieke documenten gevraagd te worden. Eiser wil inzage krijgen in de relationele werking van enerzijds het OMT en haar leden en anderzijds de bewindspersonen van VWS. Eiser wil namelijk inzichtelijk krijgen of er mogelijk ook sociale of anderszins verbanden of connecties zijn die een rol kunnen spelen of hebben gespeeld. Met het verzoek wil hij niet enkel de contactmomenten en correspondentie aangaande een bepaald onderwerp (zoals corona) maar alle contactmomenten en correspondentie tussen deze partijen. Eiser geeft aan dat zijn verzoek
concreet genoeg is om in behandeling genomen te worden. Zijn verzoek is niet te omvangrijk. Hij heeft een onderwerp, aanleiding en context gegeven bij het verzoek. Dat blijkt volgens eiser uit de hoorzitting van 14 april 2025 en zijn brief van 21 april 2025.
5. De Woo gaat over het al dan niet openbaar maken van publieke informatie. Publieke informatie is informatie die is neergelegd in documenten die berusten bij een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Woo.Bij de toepassing van de Woo wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving.
6. Bestuurs- en andere overheidsorganen kunnen uit eigen beweging informatie openbaar maken, maar kunnen dat ook doen op verzoek. De grondslag van openbaarmaking op verzoek staat in artikel 4.1 van de Woo. In het eerste lid van dat artikel staat dat iedereen een verzoek om publieke informatie kan richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het vierde lid van dat artikel staat het volgende: “De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek
de aangelegenheidof het daarop betrekking hebbende document, waarover hij informatie wenst te ontvangen”. Achtergrond hiervan is dat de verzoeker vaak niet weet welke documenten de verzochte informatie bevat, maar ook dat een verzoek om informatie voldoende gespecificeerd moet zijn, om ingewilligd te kunnen worden.
7. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van 26 november 2025uitgesproken dat bij een verzoek om openbaarmaking van informatie de aangelegenheid duidelijk moet zijn. Als uit het verzoek, of de naam of inhoud van het specifieke document niet de aangelegenheid blijkt waarover het verzoek om informatie gaat, zal de behandelend ambtenaar daarnaar moeten vragen, zoals ook bij het verzoek van eiser is gebeurd. Zo kan het bestuursorgaan gericht zoeken.
8. De rechtbank kan de minister volgen in het standpunt dat het verzoek van eiser niet gericht is op een aangelegenheid, zoals bedoeld in de Woo. Om te kunnen spreken van een aangelegenheid is het nodig de rol of het optreden van de overheid in het kader van een gebeurtenis, casus, kwestie, voorval of op z’n minst een situatie van overheidshandelen als zodanig te noemen.