Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. S.N. Schipper
1.Het procesverloop
- het proces-verbaal van de zitting van 5 maart 2026 inzake het bij deze rechtbank, team Handel, Kanton en Insolventie, aanhangige kort geding met zaak- en rolnummer 12048739 VV EXPL 26-3 (hierna te noemen: de hoofdzaak);
- het schriftelijke wrakingsverzoek van [verzoeker] van 6 maart 2026;
- de schriftelijke reactie van de voorzieningenrechter van 9 maart 2026;
- de zitting van de wrakingskamer van 26 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
de manier waarop [verzoeker] nu het woord voert niet normaal is’ en dat [verzoeker] ‘
ook een advocaat heeft die het woord voor hem zou kunnen voeren’. De voorzieningenrechter heeft toegelicht dat deze opmerkingen waren bedoeld ter bevordering van een ordelijk verloop van de zitting.
niet waar’ zijn, maakt evenmin dat hij daarmee een objectief gerechtvaardigd vermoeden van vooringenomenheid heeft gewekt. Het behoort tot de taak van de rechter om de feiten in kaart te brengen. Wanneer een partij een stelling als feit presenteert terwijl het onderwerp van discussie is, al door de andere partij is weerlegd of niet met het dossier overeenkomt, staat het de rechter vrij dit aan de orde te stellen en hierop te wijzen, opdat een mogelijke verrassingsbeslissing wordt voorkomen. Dit betekent nog niet dat de rechter daarmee partij kiest.