ECLI:NL:RBNHO:2026:3833
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Verzoekster heeft op 24 maart 2026 een verzoek tot wraking ingediend tegen de rechter die op 11 maart 2026 mondeling uitspraak deed in de hoofdzaak. De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek is ingediend na het tijdstip van de einduitspraak, wat volgens artikel 5 van Pro het wrakingsprotocol leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
De wrakingskamer heeft daarom besloten het verzoek niet inhoudelijk te behandelen en geen datum voor een mondelinge behandeling te bepalen. De beslissing is op 7 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Noord-Holland.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De griffier is opgedragen een gewaarmerkt afschrift van de beslissing aan verzoekster en de rechter te zenden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.