De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard wegens een betalingsvordering van €1.441,94 vermeerderd met incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De kantonrechter heeft ambtshalve onderzocht of de eisende partij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht zoals voorgeschreven in artikel 6:230l BW. Uit de stukken bleek onvoldoende dat de eisende partij de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft geïnformeerd over de betaalwijze. Dit leidt tot een sanctie waarbij 20% van de hoofdsom wordt vernietigd.
Daarnaast zijn de toepasselijke algemene voorwaarden, waaronder de BOVAG-voorwaarden en aanvullende voorwaarden, getoetst op oneerlijkheid. Geen van de bedingen is als oneerlijk beoordeeld.
De toewijsbare hoofdsom is na verrekening van deelbetalingen vastgesteld op €112,40, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De buitengerechtelijke incassokosten zijn beperkt tot €40,00. De vordering tot vergoeding van verschenen rente is afgewezen wegens te hoge berekening. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.