Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
mr. S.C. Jacobs, griffier/juridisch adviseur en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert een werkgever een schadevergoeding van €291.492,45 van een ex-werknemer wegens verduistering, diefstal, oplichting en fraude tijdens diens dienstverband. De werknemer werd op staande voet ontslagen in december 2017, waarna hij het ontslag aanvocht, maar dit werd door de rechter en het gerechtshof bevestigd.
De werkgever startte een procedure om de werknemer aansprakelijk te stellen voor de schade, maar de werknemer voerde verjaring als verweer. De kantonrechter oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar begon te lopen op 14 december 2017, de dag na het ontslag, omdat de werkgever toen voldoende zekerheid had over de schade en de aansprakelijke persoon.
De kantonrechter verwierp het standpunt van de werkgever dat de verjaring pas in 2023 begon na het definitieve oordeel van het gerechtshof. Ook stelde de kantonrechter vast dat de verjaring pas in 2024 werd gestuit, wat te laat was. Daarom werd de vordering van de werkgever afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werkgever tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens verjaring.