Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
zetelende te Den Haag,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
4 mei 2018.
Hoge Raad
TMG vordert schadevergoeding van de Staat wegens onrechtmatige wetgeving door onjuiste implementatie van de Databankenrichtlijn, waardoor onpersoonlijke geschriftenbescherming onterecht werd gehandhaafd. De rechtbank en het hof oordeelden dat de vordering was verjaard op grond van art. 3:310 lid 1 BW Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat de korte verjaringstermijn begint te lopen zodra de benadeelde bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, en dat onzekerheid over de juridische beoordeling hiervan niet tot latere aanvang leidt. TMG’s betoog dat zij pas na het Football Dataco-arrest voldoende zekerheid had, wordt verworpen.
Wel oordeelt de Hoge Raad dat het in stand houden van onrechtmatige wetgeving een voortdurende onrechtmatige daad vormt, waardoor vorderingen over de laatste vijf jaar niet verjaard zijn. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.