Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4211

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
K/4102/11915553
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 6:230v lid 7 BWArt. 6:230o lid 2 BWArt. 6:230s lid 5 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing betalingsvordering wegens niet-naleving herroepingsrecht bij wijziging sportschoolabonnement

De zaak betreft een geschil tussen een sportschool en een consument over de betaling van een gewijzigd sportschoolabonnement. De consument had het abonnement voor haar minderjarige zoon gewijzigd van een 'CrossFit teens'-abonnement naar een '1 Year - CrossFit fullmembership'. De sportschool vorderde betaling van achterstallige contributie.

De rechtbank oordeelt dat met de wijziging van het abonnement een nieuwe overeenkomst is gesloten. De sportschool heeft echter niet voldoende aangetoond dat zij heeft voldaan aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten, met name over het herroepingsrecht. De bevestigingsmail bevatte onvoldoende informatie, waardoor de wettelijke herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment dat de juiste informatie is verstrekt, maximaal tot twaalf maanden.

De consument heeft binnen deze verlengde termijn de overeenkomst herroepen. Hierdoor kan geen betalingsverplichting worden vastgesteld. De vordering van de sportschool wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door kantonrechter M.P.E. Oomens op 29 april 2026.

Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen omdat de consument de overeenkomst binnen de verlengde herroepingstermijn heeft herroepen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11915553 \ CV EXPL 25-6852
Vonnis van 29 april 2026
in de zaak van
[eiser]handelend onder de naam
[bedrijf 1] EN [bedrijf 2],
gevestigd te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [bedrijf 1],
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het mondelinge antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Feiten

2.1.
[gedaagde] heeft op 1 juli 2021 een sportschoolabonnement voor haar minderjarige zoon [betrokkene] afgesloten bij [bedrijf 1]. Het abonnement had betrekking op ‘CrossFit teens’-lessen en had een vaste contractduur van zes maanden.
2.2.
Per 6 januari 2023 is het lidmaatschap van [betrokkene] omgezet naar een ‘1 Year - CrossFit fullmembership’.
2.3.
Op 23 september 2023 heeft [gedaagde] het lidmaatschap van [betrokkene] opgezegd.
2.4.
[bedrijf 1] heeft [betrokkene] per 1 juli 2024 uitgeschreven.

3.Het geschil

3.1.
[bedrijf 1] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 181,76, vermeerderd met rente en kosten. Zij legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet aan haar betalingsverplichting op grond van de overeenkomst heeft voldaan.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [bedrijf 1], met veroordeling van [bedrijf 1] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
4.2.
Met het wijzigen van het type abonnement naar een ‘CrossFit fullmembership’ is een nieuwe overeenkomst tot stand gekomen. [bedrijf 1] heeft niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij bij het sluiten van deze (nieuwe) overeenkomst heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Ook heeft [bedrijf 1] nagelaten om (voldoende) te stellen en onderbouwen dat de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is nagekomen. Weliswaar heeft zij een bevestigingsemail overgelegd, maar daarin ontbreekt (onder meer) informatie over het herroepingsrecht.
4.3.
[bedrijf 1] heeft zich weliswaar bij dupliek op het standpunt gesteld dat ‘
de aanvrager van een abonnement na ontvangst van de bevestigingsmail zeven dagen de tijd heeft om het abonnement te wijzigen of te annuleren’, maar dat blijkt niet uit de overgelegde bevestigingsmail. Bovendien is de wettelijke herroepingstermijn veertien (en dus niet zeven) dagen. De enkele link naar een webpagina waarmee het abonnement kan worden gewijzigd en/of opgezegd volstaat in dit verband niet.
4.4.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan [gedaagde] zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Uit de e-mail van 23 september 2023 is gebleken dat [gedaagde] de overeenkomst heeft willen herroepen binnen de verlengde herroepingstermijn (die liep tot 6 januari 2024). Daarom kan een betalingsverplichting ingevolge artikel 6:230s lid 5 sub a onder 1 of 2 BW niet worden vastgesteld. Dit leidt tot afwijzing van de vordering.
4.5.
[bedrijf 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [bedrijf 1] af,
5.2.
veroordeelt [bedrijf 1] in de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] begroot op nihil;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.