Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4212

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
K/4102/12018091
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 6:230v lid 7 sub a BWArt. 7:57 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van factuur na gedeeltelijke vernietiging wegens schending informatieplicht bij koop op afstand

Alektum Capital II AG vordert betaling van een openstaande factuur van €68,96 plus bijkomende kosten van gedaagde, die goederen via de webwinkel Wish heeft gekocht met uitgestelde betaling via Klarna. Gedaagde betwist de vordering met het argument dat de geleverde goederen ondeugdelijk zijn.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet is geslaagd in zijn bewijslast om de ondeugdelijkheid aan te tonen, waardoor hij gehouden is tot betaling. Wel is vastgesteld dat de webwinkel niet volledig heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplicht, met name ontbreekt informatie over het ontbindingsrecht in de bestelbevestiging.

Op grond van deze schending wordt de betalingsverplichting van gedaagde met 20% verminderd. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en rente wordt afgewezen vanwege het ontbreken van de juiste algemene voorwaarden van Klarna. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €54,40 plus proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde moet 80% van de hoofdsom betalen wegens onvoldoende bewijs van ondeugdelijkheid en schending van informatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12018091 \ CV EXPL 25-8520
Vonnis van 6 mei 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
gevestigd te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 68,96 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft goederen gekocht via de website van Wish (hierna ook: de webwinkel), waarbij hij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet (volledig) gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.
2.3.
[gedaagde] betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [gedaagde] dat hij zich op het standpunt stelt dat hij de vordering niet hoeft te betalen, omdat de geleverde goederen niet deugdelijk zijn. De kantonrechter volgt die stelling niet. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
3.2.
Op [gedaagde] rust ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro de stelplicht en de bewijslast van zijn stelling dat de geleverde goederen gebrekkig zijn. [gedaagde] is immers degene die zich op de rechtsgevolgen van zijn stelling beroept. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet in zijn bewijslast is geslaagd. [gedaagde] heeft iedere vorm van bewijs van zijn stellingen nagelaten. Het verweer van [gedaagde] wordt daarom als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. Nadere bewijslevering is daarmee niet aan de orde en het moet er daarom voor worden gehouden dat [gedaagde] een deugdelijk product heeft ontvangen en hij moet daarvoor dan ook betalen. De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, behoudens het navolgende.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
3.3.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
3.4.
Alektum heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.
3.5.
Om te kunnen vaststellen dat ook is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een bestelbevestiging worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Alektum heeft enkel de door Klarna verzonden bestelbevestiging overgelegd. Dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie, omdat informatie over het ontbindingsrecht (artikel 6:230m lid 1 sub h BW) ontbreekt. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
3.6.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. [2] De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Ambtshalve toetsing van de kredietovereenkomst
3.7.
[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkrediet (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW Pro. Overeenkomsten als de onderhavige vallen in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW Pro (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) [4] , tenzij die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.8.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [5]
3.9.
Vanwege de door [gedaagde] gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op [gedaagde] direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.
3.10.
Alektum heeft de algemene voorwaarden van Klarna (
Koop nu – Betaal later) van 29 maart 2021 overgelegd. Uit de factuur blijkt echter dat de overeenkomst is gesloten op 17 december 2020. De overeenkomst is dus tot stand gekomen voordat de overgelegde algemene voorwaarden waren vastgesteld. De overgelegde algemene voorwaarden zijn dus niet de juiste voorwaarden.
3.11.
Vanwege de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde vergoeding van rente moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of Alektum in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen heeft opgenomen over incassokosten en rente, en zo ja, of die bedingen al dan niet oneerlijk zijn. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. Daarom worden deze vorderingen afgewezen (ook al zijn deze vergoedingen in de procedure gebaseerd op wettelijke bepalingen).
Conclusie
3.12.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 54,40 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 68,96 x 0.80).
3.13.
[gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alektum worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
86,00
(2 punten × € 43,00)
- nakosten
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
363,28

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Alektum te betalen een bedrag van € 54,40,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 363,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
4.HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).
5.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).