3.4.Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 3 primair, 5, 6, 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat
Feit 2
hij omstreeks 21 juni 2025 te Voorthuizen, gemeente Barneveld tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit een bedrijfspand (gelegen aan het adres [adres 3]) één of meerdere goederen van zijn gading die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak,
- zich naar het bedrijfspand heeft begeven;
- een raam van het pand heeft verbroken;
- via het raam het pand heeft betreden;
- en meerdere lades open heeft getrokken
- en meerdere kasten heeft geopend,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 3
hij op 8 augustus 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit een woning (gelegen aan het adres [adres 4]) één of meerdere goederen van zijn gading die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak;
- zich naar de woning heeft begeven;
- een ruit/raam (van de voordeur) heeft ingeslagen;
- een hand door het gat (in het raam/de ruit) heeft gestoken;
- een duw tegen het raam/de ruit heeft gegeven;
- zich weer van de woning heeft verwijderd;
- zich (opnieuw) naar de woning heeft begeven;
- ( opnieuw) tegen het raam/de ruit heeft getrokken
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 5
hij op 31 juli 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit een woning (gelegen aan het adres [adres 6]), één of meerdere goederen van zijn gading die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak;
- zich naar de woning heeft begeven;
- heeft aangebeld bij de woning
- zich weer van de woning heeft verwijderd;
- zich (opnieuw) naar de woning heeft begeven;
- ( met kracht) een breekijzer in het raamkozijn van de woning heeft gezet
- het raam heeft geopend/verbroken;
- met een zaklamp heeft geschenen in de woning;
- ( in de woning) kasten heeft geopend
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 6
hij op 2 augustus 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander uit een woning (gelegen aan het adres [adres 7]) een geldbedrag dat geheel aan [benadeelde 5] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen door middel van braak;
Feit 7
hij in de periode 27 juli tot en met 30 juli 2025 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan het adres [adres 8]) heeft weggenomen een kluis, een aankoopbon van een juwelier met aangehecht een kopie van een rijbewijs van [benadeelde 6], sieraden en EUR 8.000,-, die geheel aan [benadeelde 6] toebehoorden, waarbij verdachte zich de toegang tot de woning heeft verschaft en de weg te nemen goederen en het weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.