Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de maatregel
locatieverbodin de vorm van een 38v-maatregel op te leggen. Daartoe overweegt de rechtbank dat een 38v-maatregel voor ten hoogste vijf jaar kan worden opgelegd, terwijl wordt verwacht dat de verdachte gedurende langere tijd binnen een streng beveiligingsniveau zal moeten worden behandeld. De rechtbank verwacht niet dat de verdachte in de komende jaren in de gelegenheid zal worden gesteld om zonder begeleiding naar de woningen van de nabestaanden te gaan.
contactverbodmet de nabestaanden kunnen worden overwogen. Maar dit zou in de praktijk betekenen dat de verdachte bij overtreding daarvan vervangende hechtenis moet ondergaan. Dat zou een doorkruising van de behandeling betekenen die in het kader van de tbs-maatregel wordt ondergaan en dat acht de rechtbank onwenselijk. De rechtbank zal daarom ook geen contactverbod in de vorm van een 38v-maatregel opleggen.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
- de aard, de toedracht en de gevolgen van het tegen het slachtoffer gepleegde feit, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het slachtoffer toegebrachte leed;
- de wijze waarop de benadeelde partij wordt geconfronteerd met de tegen het slachtoffer gepleegde feit en de gevolgen daarvan;
- de aard en hechtheid van de relatie tussen het slachtoffer en de benadeelde partij.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
niet strafbaaren
ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging;
ter beschikkingwordt gesteld, en beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd;
€ 17.500,- bestaande uit immateriële schade;
€ 17.500,- bestaande uit immateriële schade;
€ 529,93 bestaande uit materiële schade en € 20.000,- bestaande uit immateriële schade;
- over een bedrag van € 20.000,- met ingang van 31 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 529,93 met ingang van 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 20.000,- met ingang van 31 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 529,93 met ingang van 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
€ 42,77 bestaande uit materiële schade en € 10.000,- bestaande uit immateriële schade;
- over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 31 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 42,77 met ingang van 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 10.000,- met ingang van 31 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
- over een bedrag van € 42,77 met ingang van 1 juli 2025 tot de dag van volledige betaling;