Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4731

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
1 mei 2026
Zaaknummer
K/4101/12137270
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:686a lid 4 sub a BWArt. 283 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie partijaanduiding in ontslagzaak toegelaten door kantonrechter

De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek van een werknemer die op staande voet was ontslagen door Gourmet Trading B.V. De werknemer had abusievelijk het verzoekschrift gericht aan een andere rechtspersoon binnen hetzelfde concern, Gourmet B.V. Gourmet B.V. stelde daarop dat de werknemer niet-ontvankelijk moest worden verklaard.

De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een vergissing in de partijaanduiding die door een rectificatie kon worden hersteld. Dit oordeel was gebaseerd op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij onder meer wordt gekeken of de vergissing kenbaar was voor de wederpartij, of de wederpartij door de rectificatie niet benadeeld werd en of de rectificatie tijdig plaatsvond.

De kantonrechter stelde vast dat de vergissing evident was en dat beide vennootschappen tot hetzelfde concern behoren en op hetzelfde adres zijn gevestigd. De rectificatie zou Gourmet Trading B.V. niet benadelen of in haar verdediging schaden, mede omdat de rectificatie ruim voor de mondelinge behandeling werd aangevraagd.

Daarom wees de kantonrechter het verzoek tot niet-ontvankelijkheid af en stond de rectificatie toe, zodat Gourmet Trading B.V. als verweerster werd aangemerkt. De zaak werd aangehouden voor verdere behandeling, met een geplande mondelinge behandeling op 9 juni 2026.

Uitkomst: Verzoek tot niet-ontvankelijkheid afgewezen en rectificatie van de partijaanduiding toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12137270 \ AO VERZ 26-27
Beschikking van 28 april 2026
in de zaak van
[verzoeker],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. J. Dewor,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidGOURMET TRADING B.V.,
te Lutjebroek,
verwerende partij,
hierna te noemen: Gourmet Trading,
gemachtigde: mr. M.H.A. Gobes.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met als verweerster Gourmet B.V. (hierna Gourmet)
- de brief van 31 maart 2026 van Gourmet met een niet-ontvankelijkheidsverzoek
- de akte van [verzoeker] met rectificatieverzoek en de antwoordakte van Gourmet.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren [geboortedatum] , is sinds 14 mei 2018 in dienst bij Gourmet Trading B.V. (hierna: Gourmet Trading) in de functie van kwaliteitsmedewerker met een loon van € 3.077,57 bruto per maand.
2.2.
Op 9 januari 2026 is [verzoeker] op staande voet ontslagen door Gourmet Trading.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter onder andere het ontslag op staande voet te vernietigen en Gourmet te veroordelen tot betaling van loon. Volgens [verzoeker] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig.
3.2.
Gourmet voert voor alle weren aan dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de verzoeken zijn gericht aan Gourmet terwijl [verzoeker] niet bij deze vennootschap maar bij Gourmet Trading in dienst was. In reactie daarop heeft [verzoeker] verzocht om te verstaan dat het verzoekschrift wordt geacht te zijn ingesteld tegen Gourmet Trading en te bepalen dat Gourmet Trading als verweerster wordt aangemerkt. Gourmet stelt dat het verzoek moet worden afgewezen.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is in geschil de vraag of sprake is van een vergissing in de partijaanduiding en of deze vergissing door een rectificatie kan worden hersteld. Hoewel in de onderwerpregel van de akte van [verzoeker] staat “verzoek tot wijziging ex art. 283 Rv Pro”, begrijpt de kantonrechter dat het gaat om een rectificatieverzoek en niet om een wijziging van het verzoek of de gronden daarvan.
4.2.
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad in dagvaardingszaken kan een vergissing in de partijaanduiding door een rectificatie worden hersteld indien (a) de vergissing onder de gegeven omstandigheden voor de processuele wederpartij kenbaar was, (b) de wederpartij door de vergissing en de rectificatie daarvan niet is benadeeld of in haar verdediging geschaad, en (c) de rectificatie tijdig heeft plaatsgevonden. [1] Met herstel van louter formele fouten mogen in de regel geen materiële belangen van de wederpartij worden geschaad. [2] De kantonrechter gaat er – evenals de gerechtshoven Amsterdam en ’s-Hertogenbosch – van uit dat deze jurisprudentie van overeenkomstige toepassing is in verzoekschriftprocedures. [3] Vergissingen in bijvoorbeeld de partijaanduiding in het verzoekschrift moeten in beginsel kunnen worden hersteld.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat (de advocaat van) [verzoeker] evident een vergissing heeft gemaakt door het verzoekschrift tegen de verkeerde rechtspersoon (Gourmet) te richten. Uit de stukken die [verzoeker] bij het verzoekschrift heeft overgelegd ter onderbouwing van haar verzoek, waaronder de arbeidsovereenkomst, loonstroken en ontslagbrief, blijkt dat Gourmet Trading de werkgever van [verzoeker] is en het ontslag op staande voet is gegeven door Gourmet Trading, terwijl [verzoeker] een verzoekschrift heeft ingediend om dat ontslag op staande voet te vernietigen. Gelet op de bijgevoegde stukken is aannemelijk dat het gaat om een vergissing. Deze fout was daarom ook kenbaar voor zowel Gourmet als de juiste rechtspersoon Gourmet Trading. Daarbij wordt betrokken dat Gourmet en Gourmet Trading zijn gevestigd op hetzelfde adres en behoren zij tot hetzelfde concern met dezelfde bestuurders. Overlegging door [verzoeker] van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van Gourmet onderbouwt verder niet dat sprake is van een bewust verzoek van [verzoeker] gericht tegen Gourmet, zoals wordt aangevoerd. De overige overgelegde stukken wijzen daar juist niet op. Ook is niet duidelijk geworden in welk opzicht dat zou hebben geleid tot verwarring.
4.4.
Verder is de kantonrechter van oordeel dat Gourmet Trading door de vergissing en de rectificatie daarvan niet is benadeeld of in haar verdediging is geschaad. Voor de vraag of sprake is van benadeling moet een vergelijking worden gemaakt met de situatie waarin de vergissing niet was gemaakt. Als het verzoekschrift meteen tegen Gourmet Trading was gericht, had zij ook geen beroep kunnen doen op de wettelijke vervaltermijn. [4] Wat dat betreft wordt Gourmet Trading niet benadeeld door de vergissing en de rectificatie daarvan. Het verzoek om rectificatie is ook tijdig, namelijk ruim voor de datum waarop het verweerschrift moet worden ingediend en ruim voor de mondelinge behandeling. Daarom is er voldoende gelegenheid het debat hierover te voeren en heeft Gourmet Traiding voldoende voorbereidingstijd om zich inhoudelijk te verweren. Gourmet Trading wordt door de rectificatie of door de vergissing dus niet in haar verdedigingsbelang geschaad.
4.5.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot niet-ontvankelijk worden afgewezen en wordt het verzoek tot rectificatie in die zin dat als verwerende partij geldt Gourmet Trading, toegewezen. De kop van deze beschikking is hierop al aangepast.
4.6.
Gourmet Trading heeft de gelegenheid uiterlijk 29 mei 2026 een verweerschrift in te dienen. De mondelinge behandeling van deze zaak is vastgesteld op 9 juni 2026 om 15:00 uur en zal worden gehouden in het gerechtsgebouw op de Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar. [5]
4.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek van Gourmet om [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken af,
5.2.
staat rectificatie toe in die zin dat als verwerende partij geldt Gourmet Trading,
5.3.
bepaalt dat Gourmet Trading uiterlijk 29 mei 2026 een verzoekschrift kan indienen,
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.

Voetnoten

1.Zie onder meer HR 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4765.
2.Zie HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881.
3.Zie Hof Amsterdam 22 februari 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:609 en Hof ’s-Hertogenbosch 14 juli 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2402.
4.Artikel 7:686a lid 4 sub a van het Burgerlijk Wetboek.
5.Zie de oproepbrief van 19 maart 2026 van de rechtbank.