ECLI:NL:RBNHO:2026:489

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
11884838 \ CV EXPL 25-3312
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 6:230p BWArt. 6:230o lid 2 BWArt. 6:230v lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over schending precontractuele informatieplichten bij overeenkomst op afstand

De zaak betreft een vordering van Profile Tyrecenter Groet B.V. tegen een consument voor betaling van een bedrag van €1.819,04 plus incassokosten, rente en proceskosten. De gedaagde partij is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of de eisende partij heeft voldaan aan de wettelijke precontractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230v BW. Uit de toelichting van de eisende partij blijkt onvoldoende dat zij de consument heeft geïnformeerd over de wijze van betaling en het herroepingsrecht. De stelling dat het herroepingsrecht niet van toepassing zou zijn, faalt omdat niet is gesteld dat de consument afstand heeft gedaan van dit recht.

Daarnaast is niet voldaan aan de contractuele informatieplicht uit artikel 6:230v lid 7 BW. Voor deze schendingen wordt een sanctie opgelegd: de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%. De kantonrechter wijst er verder op dat de eisende partij de toepasselijke algemene voorwaarden nog moet overleggen, zodat kan worden beoordeeld of daarin oneerlijke bedingen voorkomen, met name over incassokosten en rente.

De zaak wordt aangehouden tot de rol van 18 februari 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten. Bij niet-nakoming kunnen gevolgen worden verbonden conform de artikelen 22 en 139 Rv.

Uitkomst: De kantonrechter legt een sanctie op wegens schending van informatieplichten en houdt de zaak aan voor overlegging van algemene voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11884838 \ CV EXPL 25-3312
Uitspraakdatum: 21 januari 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Profile Tyrecenter Groet B.V., mede handelend onder de naam
Profile Tyrecenter Den Helder
te Den Helder
de eisende partij
gemachtigden: [gemachtigde 1], [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 1.819,04 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij stelt te hebben voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een toelichting gegeven. Hieruit blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder g en h BW heeft voldaan. Uit de toelichting blijkt niet dat de eisende partij de gedaagde partij heeft geïnformeerd over de wijze van betaling (onder g) of over het herroepingsrecht (onder h). De stelling van de eisende partij dat het herroepingsrecht niet van toepassing zou zijn omdat de eisende partij met uitdrukkelijke instemming van de gedaagde partij de overeenkomst is nagekomen, gaat niet op omdat zij niet heeft gesteld dat de gedaagde partij heeft verklaard afstand te doen van zijn recht op ontbinding. Dit laatste is wel vereist (artikel 6:230p, aanhef en onder d BW).Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
2.4.
De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht. Daarom is niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW voldaan. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.5.
Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de eisende partij een of meerdere informatieplichten heeft geschonden. Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.
2.6.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.7.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. [2]
2.8.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.9.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [4] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.10.
In randnummer 7 van de dagvaarding stelt de eisende partij dat algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. De eisende partij heeft die algemene voorwaarden echter niet bij de dagvaarding gevoegd. Vanwege de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en de gevorderde vergoeding van rente moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de eisende partij in de toepasselijke algemene voorwaarden bedingen heeft opgenomen over incassokosten en rente, en zo ja, of die bedingen al dan niet oneerlijk zijn. Bij gebreke van (de juiste versie van) de algemene voorwaarden kan de kantonrechter de ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat dit in eventuele vervolgprocedures kan leiden tot afwijzing van de vorderingen tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
2.11.
In dit geval en bij wijze van uitzondering ziet de kantonrechter echter aanleiding om de eisende partij in de gelegenheid te stellen om bij akte toe te lichten of er op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn, deze eventuele algemene voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van de daarin opgenomen bedingen.
Conclusie
2.12.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om bij akte de onder 2.11 bedoelde toelichting te geven.
2.13.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
2.14.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 18 februari 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
4.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).