Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De relevante schriftelijke stukken
- het bovengenoemde “Request for extradition for the purpose of criminal prosecution”, dat ziet op de feiten en omstandigheden die uit het opsporingsonderzoek naar voren zijn gekomen;
- een bijlage getiteld “Ruling in the name of Ukraine” van 7 november 2023, die ziet op een door rechters gegeven afwijzing van een vordering tot preventieve hechtenis van de opgeëiste persoon;
- een ongedateerde bijlage getiteld “Certificate on information indicating the commission of a criminal offense by a person”, die ziet op het bewijs tegen de opgeëiste persoon dat in diens bijzijn op een gerechtelijke procedure besproken dient te worden;
- een ongedateerde bijlage getiteld “Provision of the Article of the Law of Ukraine on Criminal Liability under which the criminal offense is qualified”, die ziet op de Oekraïense wetsbepalingen die de opgeëiste persoon zou hebben overtreden;
- een ongedateerde bijlage getiteld “Information on the course of the statute of limitations for bringing to criminal liability”, die ziet op de Oekraïense bepalingen over de verjaring van strafrechtelijke aansprakelijkheid.
- een proces-verbaal van voorlopige aanhouding van de opgeëiste persoon ex artikel 14, tweede lid, van de Uitleveringswet (hierna: UW), van 6 oktober 2025;
- een bevel tot inverzekeringstelling van de opgeëiste persoon van 6 oktober 2025;
- een uittreksel Justitiële Documentatie van de opgeëiste persoon van 7 oktober 2025;
- een bevel tot bewaring van de opgeëiste persoon van 8 oktober 2025;
- een bevel tot voortzetting van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon van 24 oktober 2025;
- de vordering van de officier van justitie zoals bedoeld in artikel 23, eerste lid, UW, van 28 oktober 2025;
- een bevel tot schorsing van de uitleveringsdetentie van de opgeëiste persoon van 12 november 2025;
- een brief van het hoofd van de Afdeling Internationale aangelegenheden en Rechtshulp in Strafzaken gericht aan het IRC Noord-Holland zoals bedoeld in artikel 20 UW Pro, van 27 november 2025;
- de ter zitting van 9 april 2026 overlegde schriftelijke samenvatting van de opvatting van de officier van justitie zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid, UW;
- de door de raadsman ter zitting van 9 april 2026 overlegde pleitnotities met bijlage.
2.Het onderzoek ter zitting
- de officier van justitie mr. J.A. Huibers, en
- de opgeëiste persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen.
3.De beoordeling van het verzoek tot uitlevering
datmoment beschikbare informatie, met het ernstige gevaar dat de oorlogshandelingen in Oekraïne een dreigende schending van het recht op leven en het recht op vrijwaring van onmenselijke of vernederende behandeling van de opgeëiste persoon opleveren. Daarnaast zal de rechtbank de Minister adviseren op basis van de haar ter beschikking staande informatie over de oorlogssituatie in Oekraïne op
ditmoment geen gevolg te geven aan het uitleveringsverzoek.
4.De uitleveringsdetentie
5.Slotsom.
6.De beslissing.
[opgeëiste persoon]geboren op [geboortedatum] 1963 te Van (Turkije), ter strafvervolging van de feiten omschreven in het hiervoor genoemde uitleveringsverzoek;