Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5434

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 april 2026
Publicatiedatum
15 mei 2026
Zaaknummer
11731581 \ CV EXPL 25-2112
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 22 RvArt. 139 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige toetsing oneerlijke bedingen in private leaseovereenkomst met verstek

In deze civiele procedure vordert Axus Nederland N.V. betaling van een hoofdsom en bijkomende kosten van de gedaagde, die niet is verschenen en tegen wie verstek is verleend. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen handelaar en consument, waarbij de kantonrechter ambtshalve toetst of aan de (pre)contractuele informatieplichten is voldaan en of er sprake is van oneerlijke bedingen.

De kantonrechter stelt vast dat aan de wettelijke informatieplichten is voldaan. Vervolgens onderzoekt hij de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn, met name het ontbindingsbeding en het incassokostenbeding. Het ontbindingsbeding wijkt nadelig af van de wettelijke regeling omdat het ontbinding zonder redelijkheidstoets mogelijk maakt, wat vermoedelijk oneerlijk is. Ook het incassokostenbeding is onduidelijk en suggereert dat incassokosten direct verschuldigd zijn bij verzuim, wat strijdig is met de wettelijke vereisten.

De overige bedingen die verband houden met de vordering worden niet oneerlijk bevonden. De kantonrechter vernietigt voorlopig de genoemde bedingen en geeft de eisende partij de gelegenheid om zich hierover uit te laten. De verdere beslissing wordt aangehouden tot na de reactie van de eisende partij.

Uitkomst: Het ontbindingsbeding en het incassokostenbeding worden voorlopig oneerlijk bevonden en vernietigd, verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11731581 \ CV EXPL 25-2112
Uitspraakdatum: 22 april 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Axus Nederland N.V. h.o.d.n. Ayvens Nederland voorheen LeasePlan Nederland N.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 2.664,96 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
2.4.
De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht.
Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen
2.5.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [2] Oneerlijke bedingen kunnen ook in de overeenkomst zelf zijn opgenomen. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.6.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van toepassing verklaard: ‘Algemene voorwaarden keurmerk private lease’ van 1 december 2017 (hierna: de algemene voorwaarden).
2.7.
Artikel 22 van Pro de algemene voorwaarden luidt als volgt:
‘Wat kan er verder gebeuren als het termijnbedrag of andere bedragen niet tijdig betaald worden?De leasemaatschappij kan de overeenkomst dan ontbinden. Dan moet u naast de openstaande bedragen ook een ontbindingsvergoeding betalen. Die is gelijk aan de opzeggingsvergoeding in artikel 47 eventueel Pro vermeerderd met de vertragingsrente en incassokosten voor zover deze zijn aangezegd. In de Aanvullende Voorwaarden kan echter een afwijkende regeling zijn opgenomen, die voorziet in een lagere ontbindingsvergoeding. Om de leaseovereenkomst wegens niet-betaling te kunnen ontbinden, moet de leasemaatschappij u eerst een aangetekende brief sturen, met een kopie per gewone brief of per e-mail. In die brief moet de leasemaatschappij u in de gelegenheid stellen alsnog binnen 14 dagen te betalen, onder mededeling dat zij anders de leaseovereenkomst mag ontbinden en dat u dan de hiervoor genoemde vergoeding verschuldigd wordt. Indien op het moment waarop die termijn afloopt, de leaseovereenkomst kan worden opgezegd, moet de leasemaatschappij u wijzen op de regeling van opzegging van artikel 46.’
2.8.
Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling want daarin is bepaald dat een tekortkoming ontbinding ook moet rechtvaardigen. Daar zit een bepaalde redelijkheidstoets in, die het beding niet kent. In tegendeel, op grond van het beding kan eisende partij bij het onbetaald laten van een leasetermijn of andere bedragen direct tot ontbinding overgaan en een ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als zo’n ontbinding met haar gevolgen, gelet op de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Weliswaar staat in artikel 50 van Pro de keurmerkvoorwaarden dat de eisende partij gebruik kan maken van de wettelijke ontbindingsmogelijkheden, maar in het beding is niet opgenomen dat ook gebruik moet worden gemaakt van de wettelijke vereisten in het kader van ontbinding. Daarom is het beding vermoedelijk oneerlijk.
2.9.
De kantonrechter is daarom voornemens om het beding te vernietigen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over dit voorlopig oordeel.
2.10.
De overige bedingen uit de Keurmerkvoorwaarden die verband houden met de vordering, te weten de artikelen 14 en 21, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
2.11.
Artikel 7 van Pro de overeenkomst betreft een rente- en incassokostenbeding:
‘Andere kosten. Wij kunnen u kosten laten betalen die niet in de leaseprijs zitten. De belangrijkste staan hieronder. (…)Kosten bij te late betaling. Als u ons niet of op tijd heeft betaald, als u zonder goede reden storneert, of als de automatische incasso niet slaagt, verkeert u in verzuim. Wij mogen u vanaf dan wettelijke rente laten betalen. Tot het moment dat u heeft betaald. Ook mogen wij u redelijke incassokosten laten betalen. Volgens de wettelijke staffel buitengerechtelijke incassokosten.’
2.12.
Uit de formulering van dit beding volgt dat dit beding suggereert dat vanaf het moment van verzuim direct incassokosten verschuldigd zijn, terwijl dat pas het geval is nadat er een veertiendagenbrief is verstuurd als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Hiervan mag niet worden afgeweken. Op dat punt is het beding te onduidelijk en onbegrijpelijk. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd, doet daaraan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant.
2.13.
De conclusie is dat sprake lijkt van een oneerlijk beding. De kantonrechter is daarom voornemens om het beding te vernietigen. De eisende partij zal in de gelegenheid worden gesteld om zich uit te laten over dit voorlopig oordeel.
2.14.
Het bovengenoemde beding is ook een rentebeding. Het beding is door de kantonrechter in dat opzicht niet oneerlijk bevonden.
2.15.
De overige bedingen uit de overeenkomst die verband houden met de vordering, te weten de artikelen 9 en 32 onder k, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Conclusie
2.16.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen.
2.17.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.18.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 20 mei 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).