Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaken tussen
in de zaken 25/1576, 25/1578 en 25/15791. de stichting Stichting Flora & Faunabescherming (hierna: SFF),
2. [eiseres 1]
3. [eiser]
[eiseres 2] ,
[derde-partij]uit Amsterdam hierna; de vergunninghouder
GEM Bloemendalerpolder C.V.uit Amsterdam hierna: de projectontwikkelaar
Samenvatting
,beide niet ver van de Fort Nieuwersluissingel.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Belanghebbendheid
“het behouden en verbeteren van de natuur, de leefomgeving, het milieu en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in onder meer en met name Amsterdam Amstelland, gemeente Wijdemeren, gemeente Gooimeren, gemeente Weesp [4] en omstreken in het algemeen en de bescherming van de flora en fauna in vermelde gebieden en haar omgeving in het bijzonder en het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.”
de bescherming van in het wild levende dieren en beschermde flora en fauna.
een aaneensluitend ontwikkelgebied vormtmet in ontwikkeling zijnde of reeds gerealiseerde woningbouw en bijbehorende groen‐ en waterstructuur. In aanvulling hierop wordt ook een ontwikkelgebied ten noorden van de centrale waterpartij en grenzend aan de Korte Muiderweg in ontwikkeling gebracht.
ontwikkeling van groengebieden parallel dient plaats te vindenaan de ontwikkeling van woongebieden.
1500e woningin het exploitatiegebied niet kan worden verleend voordat 50% van het te realiseren structureel groen en blauw in ontwikkeling is gebracht. Onder ‘in ontwikkeling is gebracht’ wordt verstaan: gronden waarvoor ten minste werken en werkzaamheden zijn gemeld, zoals bedoeld in 2.2.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen van SFF (HAA 25/1576 en HAA 25/1578) gegrond;
- vernietigt de besluiten van 14 en 15 november 2024 op de bezwaren van SFF;
- voorziet zelf in de zaken en verklaart SFF niet-ontvankelijk in haar bezwaren gericht tegen de besluiten van 2 en 30 mei 2024;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten van 14 en 15 november 2024;
- verklaart de beroepen van SFF tegen de dwangsombeschikking van 4 december (HAA 25/1576) en van eisers 2 (HAA 25/ 1583), 3 (HAA 25/1584) en 4 (HAA 25/1582) ongegrond;
- bepaalt dat het college het door SFF betaalde griffierecht in de zaken HAA 25/1576 en HAA 25/1578 in totaal tot een bedrag van € 770,- aan SFF vergoedt.