Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
HAA 25/2305
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 mei 2026 in de zaken tussen
de stichting Stichting Flora & Faunabescherming, hierna: SFF;
de stichting Stichting Park Muiderslotlaan, hierna: SPM,
[eiser(es) 1] ,
[eiseres 3] ,
A.M. B.V.uit Utrecht,
B.V.W. Ontwikkeling V.O.F.uit Diemen, hierna: B.V.W.
GEM Bloemendalerpolder C.V.uit Amsterdam.
Samenvatting
- de Stichting Flora en Faunabescherming (SFF) is, gelet op de in haar statuten geformuleerde doelstelling en haar feitelijke werkzaamheden geen belanghebbende bij de verleende vergunningen en kunnen daar daarom niet tegen opkomen;
- het bezwaar van Stichting Park Muiderslotlaan (SPM) heeft het college ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbendheid van SPM bij de verleende vergunningen, gelet op de in haar statuten geformuleerde doelstelling en de aangegeven feitelijke werkzaamheden, voldoende aannemelijk is. De als beroep behandelde bezwaren van SPM verklaart de rechtbank ongegrond;
- het bezwaar van [eiseres 3] ( [eiseres 3] ) tegen de vergunningen 1 en 2 is terecht niet-ontvankelijk verklaard;
- het bezwaar van [eiser(es) 7] tegen vergunning 1 is terecht niet-ontvankelijk verklaard; en
- de beroepen van de eisersgroep, ingesteld tegen de beslissing op bezwaar die ziet op vergunning 2 zijn ongegrond.
Procesverloop
Namens het college hebben aan de zitting deelgenomen mr. H.J. .Hde Groot (in dienst van de gemeente) en mw. El Mahraoui (juridisch adviseur in dienst van de gemeente). Namens derde-belanghebbenden hebben aan de zitting deelgenomen [naam 5] , [naam 6] en
[naam 7] , bijgestaan door de gemachtigden van derde-belanghebbenden.
Wat houden de besluiten in?
Daarnaast is de omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet verleend voor de omgevingsplanactiviteiten:
- afwijken van de regel in het bestemmingsplan waaruit volgt dat de te realiseren bouwhoogte van de aangevraagde carports niet hoger mag zijn dan 3 meter (artikel 14.2.7, onder f, van de planregels van Bloemendalerpolder, voormalig grondgebied Muiden, onderdeel van het Omgevingsplan Amsterdam);
- afwijken van de planregel in het bestemmingsplan Bloemendalerpolder waaruit volgt dat op gronden bestemd voor “Waarde-archeologie 7” geen gebouwen mogen worden gebouwd (met uitzondering van bouwwerken met een oppervlakte van maximaal 1000m² en waarbij de grondwerkzaamheden niet dieper reiken dan 4 meter ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld).
Ontvankelijkheid in beroep
3. Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.
“het behouden en verbeteren van de natuur, de leefomgeving, het milieu en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in onder meer en met name Amsterdam Amstelland, gemeente Wijdemeren, gemeente Gooimeren, gemeente Weesp [3] en omstreken in het algemeen en de bescherming van de flora en fauna in vermelde gebieden en haar omgeving in het bijzonder en het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.”
de bescherming van in het wild levende dieren en beschermde flora en fauna.
Beoordeling van het beroep
een aaneensluitend ontwikkelgebied vormtmet in ontwikkeling zijnde of reeds gerealiseerde woningbouw en bijbehorende groen‐ en waterstructuur. In aanvulling hierop wordt ook een ontwikkelgebied ten noorden van de centrale waterpartij en grenzend aan de Korte Muiderweg in ontwikkeling gebracht.
ontwikkeling van groengebieden parallel dient plaats te vindenaan de ontwikkeling van woongebieden.
1500e woningin het exploitatiegebied niet kan worden verleend voordat 50% van het te realiseren structureel groen en blauw in ontwikkeling is gebracht. Onder ‘in ontwikkeling is gebracht’ wordt verstaan: gronden waarvoor ten minste werken en werkzaamheden zijn gemeld, zoals bedoeld in 2.2.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep van SFF in de zaak geregistreerd met zaaknummer
- vernietigt het bestreden besluit dat ziet op het bezwaar van SFF;
- voorziet zelf in de zaak en verklaart SFF niet-ontvankelijk in haar bezwaar;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het college aan SFF het betaalde griffierecht ten bedrage van € 385,- vergoedt.
- verklaart het beroep van SPM gegrond, voor zover het ziet op de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover het ziet op de niet-ontvankelijkverklaring van SPM;
- verklaart het als (rechtstreeks) beroep aangemerkte bezwaar van SPM ongegrond.
- veroordeelt het college tot betaling van in totaal € 1.868,- aan proceskosten aan SPM, de eisersgroep en [eiseres 3] gezamenlijk;
- bepaalt dat het college aan SPM, de eisersgroep en [eiseres 3] gezamenlijk het betaalde griffierecht ten bedrage van € 185,- vergoedt.