Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:6963

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
K/4102/12124168
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 382 RvArt. 390 RvArt. 7:653 lid 4 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herroepingsverzoek ontslag op staande voet wegens ontbreken bedrog

Network Republic heeft een herroepingsverzoek ingediend tegen een eerdere beschikking waarin het ontslag op staande voet van [verweerder] onrechtmatig werd verklaard. Het verzoek was gebaseerd op het vermoeden van bedrog en het overleggen van valse stukken door [verweerder] in de oorspronkelijke procedure.

De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de gewijzigde bedrijfsactiviteiten en naam van de vennootschap van [verweerder] pas na het verstrijken van de beroepstermijn zijn ontstaan. Dit betekent dat er geen bewijs is dat [verweerder] tijdens zijn dienstverband of de oorspronkelijke procedure onwaarheden heeft verklaard of bedrog heeft gepleegd.

Ook het aanvullende onderzoek van Hoffmann Bedrijfsrecherche kon geen aanwijzingen leveren voor bedrog. De rechtbank oordeelt dat het recht van [verweerder] om na het onrechtmatig ontslag een concurrerende onderneming te starten niet in strijd is met de eerdere procedure.

Network Republic heeft onvoldoende feiten aangevoerd die de verdenking van bedrog rechtvaardigen. De verzoeken worden daarom afgewezen en Network Republic wordt veroordeeld in de proceskosten. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door Network Republic.

Uitkomst: Het herroepingsverzoek van Network Republic wordt afgewezen wegens het ontbreken van feiten die bedrog rechtvaardigen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 12124168 \ EJ VERZ 26-6
Beschikking van 26 mei 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NETWORK REPUBLIC EUROPE B.V.,
te Aerdenhout,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Network Republic,
gemachtigde: mr. F.H.A. ter Huurne,
tegen
[verweerder],
te [plaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. R. Muurlink.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift (ingekomen op 3 maart 2026)
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 28 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de door beide partijen bij de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Network Republic is een in Haarlem gevestigde onderneming, actief binnen de IT-industrie. Zij biedt klanten oplossingen voor onder meer netwerkapparatuur, servers, opslag en bijbehorende accessoires.
2.2.
[verweerder] was sinds 1 juni 2016 voor onbepaalde tijd bij Network Republic in dienst, laatstelijk in de functie van Operation Manager, in welke functie hij verantwoordelijk was voor de in- en verkoop van IT-apparatuur in de breedste zin van het woord.
2.3.
Nadat Network Republic een onderzoek naar handelingen van [verweerder] had laten uitvoeren door Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna: Hoffmann), heeft zij [verweerder] op 31 januari 2025 op staande voet ontslagen. Aan dat ontslag heeft zij – kort gezegd – de navolgende dringende redenen, zowel ieder voor zich, als in onderling verband beschouwd, ten grondslag gelegd:
- verwijderen en terugplaatsen grote hoeveelheden e-mails;
- doorsturen 63 zakelijke e-mails naar privé mailaccount;
- schending geheimhoudingsbeding;
- opzetten concurrerende onderneming tijdens ziekteverlof;
- niet meewerken aan onderzoek Hoffmann Bedrijfsrecherche;
- verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte/niet melden van nevenwerkzaamheden.
2.4.
[verweerder] heeft over dit ontslag op staande voet een verzoekschriftprocedure (11606150 AO VERZ 25-42) aangespannen bij de kantonrechter. In deze procedure heeft hij, voor zover hier van belang, verzocht voor recht te verklaren dat de opzegging door Network Republic onrechtmatig en onregelmatig is, met toekenning van een billijke vergoeding, een immateriële schadevergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Verder heeft hij verzocht om een verklaring voor recht dat het in de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding en het relatiebeding zijn vervallen wegens het ernstig verwijtbaar handelen van Network Republic.
Network Republic heeft tegen deze verzoeken verweer gevoerd.
De mondelinge behandeling in die procedure heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025.
2.5.
Bij beschikking van 6 augustus 2025 heeft de kantonrechter de verzoeken van [verweerder] grotendeels toegewezen. Kort gezegd heeft de kantonrechter in die beschikking voor recht verklaard dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst onrechtmatig is. Ook is Network Republic veroordeeld om aan [verweerder] een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding te betalen.
De verzochte verklaring voor recht dat het concurrentie- en relatiebeding is vervallen is bij die beschikking afgewezen. Daarover heeft de kantonrechter (in rechtsoverwegingen 4.27 en 4.28) overwogen dat artikel 7:653 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) de kantonrechter niet de bevoegdheid geeft te besluiten tot verval van de desbetreffende bedingen, maar dat dit niet afdoet aan de vaststelling dat Network Republic geen rechten meer kan ontlenen aan het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding, omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Daarmee is de ernstige verwijtbaarheid in de zin van artikel 7:653 lid 4 BW Pro gegeven.
2.6.
Met betrekking tot het door Network Republic gestelde oprichten van een concurrerende onderneming door [verweerder], heeft de kantonrechter onder 4.12. van de beschikking overwogen:
‘(…) Uit de resultaten van het onderzoek van Hoffmann kan verder niet worden geconcludeerd dat [verweerder] een concurrerende onderneming heeft opgericht. Uit de bevindingen van Hoffmann blijkt weliswaar dat de partner van [verweerder] [bedrijf 1] B.V. heeft opgericht, maar onduidelijk is welke activiteiten deze vennootschap ging exploiteren. De partner van [verweerder] maakte - onweersproken - ook gebruik van de laptop van [verweerder]. [verweerder] verklaart dat zijn partner samen met een vriendin een onderneming wilde oprichten voor de verkoop van juwelen en uurwerken via een webshop. [verweerder] heeft dit onderbouwd met een verklaring van zijn partner en van de vriendin van zijn partner.’
2.7.
Bij beschikking van 6 augustus 2025 heeft de kantonrechter de door Network Republic (11612685 AO VERZ 25-46) verzochte gefixeerde schadevergoeding afgewezen.
2.8.
Bij vonnis van 6 augustus 2025 (11681826 CV EXPL 25-2946) heeft de kantonrechter de vordering van Network Republic om [verweerder] te veroordelen tot betaling van boetes wegens overtreding van het geheimhoudings- en het nevenwerkzaamhedenbeding afgewezen. Ook de door Network Republic in die procedure gevorderde nakoming van de bedingen inzake geheimhouding, non-concurrentie en nevenwerk en betaling van beslag- en onderzoekskosten zijn bij dat vonnis afgewezen.
2.9.
Tegen deze beschikkingen en dit vonnis is door partijen geen hoger beroep ingesteld.
2.10.
Na het verstrijken van deze hoger beroepstermijn is Network Republic bekend geworden met signalen die erop duiden dat [verweerder] een concurrerende onderneming heeft opgericht. Daarom heeft zij Hoffmann opdracht gegeven om een ‘open bronnen’ onderzoek in te stellen naar die signalen. Hoffmann heeft op 11 februari 2026 een rapport (‘management letter’) van dit onderzoek uitgebracht, waarna Network Republic deze herroepingsprocedure heeft aangespannen.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Network Republic verzoekt de kantonrechter om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: de beschikking (in de zaak 11606150 AO VERZ 25-42) te herroepen op grond van artikel 382, gelezen in samenhang met artikel 390 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv), omdat is gebleken van:
a. bedrog door [verweerder] gepleegd in de verzoekschriftprocedure en
b. na de uitspraak is gebleken dat sprake is van valse stukken die in de verzoekschriftprocedure door [verweerder] zijn overgelegd en
– kort gezegd – opnieuw recht te doen met betrekking tot het aan [verweerder] gegeven ontslag op staande voet.
3.2.
Aan het verzoek heeft Network Republic het volgende ten grondslag gelegd. Zij heeft kort na het verstrijken van de hoger beroepstermijn vastgesteld dat [verweerder] zowel in zijn verzoekschrift als tijdens de mondelinge behandeling van 10 juli 2025 feiten heeft achtergehouden die tot een voor Network Republic gunstige afloop van de procedure hadden kunnen leiden. Uit die feiten blijkt dat [verweerder] een concurrerende onderneming heeft opgericht. [verweerder] heeft bedrog gepleegd en in dit kader valse stukken overgelegd zoals bedoeld in artikel 382 Rv Pro, gelezen in samenhang met 390 Rv. Daardoor is de kantonrechter in de beschikking van 6 augustus 2025 ten onrechte tot het oordeel gekomen dat het ontslag op staande voet onrechtmatig is gegeven.
3.3.
[verweerder] verzet zich tegen toewijzing en verzoekt de kantonrechter om Network Republic niet-ontvankelijk te verklaren in de verzoeken of de verzoeken af te wijzen, met veroordeling van Network Republic in de werkelijke proceskosten of de proceskosten door de kantonrechter in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, met de bepaling dat die bedragen moeten worden betaald binnen veertien dagen na het wijzen van de beschikking.
3.4.
[verweerder] voert aan dat er geen grond is voor herroeping van de beschikking. [verweerder] heeft geen feiten achtergehouden. Van bedrog of valse stukken is geen sprake. [verweerder] verricht sinds februari 2026 werkzaamheden op het gebied van ICT-dienstverlening. Daartoe is de (eerder niet actieve, door zijn partner en een vriendin van haar opgerichte) onderneming [bedrijf 1] B.V. in december 2025 omgezet in [bedrijf 2] B.V. Dat staat [verweerder] vrij, omdat Network Republic geen rechten meer kan ontlenen aan het concurrentie- en/of relatiebeding. De beschikking van de kantonrechter moet dus in stand blijven.
Maar ook in geval van herroeping moeten de verzoeken van Network Republic worden afgewezen.
Omdat Network Republic de herroepingsprocedure is gestart op basis van stellingen en omstandigheden - aannames - waarvan zij op voorhand had moeten begrijpen dat deze in rechte geen stand kunnen houden, moet zij in de werkelijke proceskosten worden veroordeeld.

4.De beoordeling

4.1.
Met de bedoeling de leesbaarheid van deze beschikking te vergroten zal de eerder tussen partijen gevoerde procedure, die heeft geleid tot de beschikking (11606150 AO VERZ 25-42) hierna worden aangeduid als de oorspronkelijke procedure. De kantonrechter stelt voorts bij deze beoordeling voorop dat uit de jurisprudentie [1] volgt dat de oorspronkelijke procedure tussen partijen kan worden heropend als de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist worden bevonden. Daarvoor is voldoende dat feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die zozeer de verdenking rechtvaardigen van bedrog, dat de partij die zich bedrogen acht langs de weg van heropening van het geding de gelegenheid behoort te krijgen de zaak nogmaals aan de rechter voor te leggen opdat die met inachtneming van die feiten en omstandigheden de zaak opnieuw beoordeelt. De rechter zal pas in het heropende geding ten gronde behoeven te onderzoeken of werkelijk bedrog in het voorgaande geding is gepleegd. In onderhavige procedure dient derhalve beoordeeld te worden of sprake is van feiten en omstandigheden die de verdenking van bedrog rechtvaardigen.
4.2.
Ter onderbouwing van het door Network Republic gestelde bedrog en de na uitspraak gebleken valse stukken heeft Network Republic meerdere feiten en omstandigheden aangevoerd, waarvan zij eerst op de hoogte is gekomen na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep, waardoor hoger beroep niet meer mogelijk was. Hieronder worden die door Network Republic gestelde bevindingen in de volgorde waarin ze zijn aangevoerd besproken.
Wijziging SBI-code
4.3.
Network Republic heeft aangevoerd dat zij heeft geconstateerd dat op 3 december 2025 de bedrijfsnaam ‘[bedrijf 1] B.V.’ in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel (KvK) is gewijzigd in ‘[bedrijf 2] B.V.’ en dat toen ook de SBI-code van de vennootschap is gewijzigd van
‘SBI-code: 46901 – Niet-gespecialiseerde groothandel in consumentenartikelenen
SBI-code: 46480 – Groothandel in juweliersartikelen en horloges’
naar:
‘SBI-code: 46500 – Groothandel in informatie- en communicatieapparatuur. Het richten op de in- en verkoop, distributie en import/export van ICT-apparatuur’
Network Republic stelt dat deze wijziging aantoont dat de vennootschap [bedrijf 1] B.V. nimmer bedoeld is geweest voor de verkoop van sieraden via bol.com, zoals door [verweerder] in de verzoekschriftprocedure was gesteld.
4.4.
[verweerder] heeft toegelicht dat de [bedrijf 1] B.V nooit een concurrerende onderneming is geweest. Die onderneming is opgericht door de partner van [verweerder] ([betrokkene 1]) en haar vriendin [betrokkene 2]. Ter onderbouwing van de voorgenomen activiteiten in die onderneming heeft [verweerder] schermafdrukken van Whatsapp-berichten ingebracht, waarin zij overleg hadden over die onderneming. Uit die Whatsapp-berichten blijkt dat zij de wens hadden om activiteiten te ontplooien op het gebied van de in-en verkoop van sieraden. Uiteindelijk is gekozen voor de naam [bedrijf 1] B.V. omdat van belang was dat de bedrijfsnaam groeipotentie zou hebben en flexibiliteit met betrekking tot het assortiment. In januari 2025 is dat bedrijf ingeschreven in het Handelsregister bij de KvK. Omdat [verweerder] na zijn ontslag op staande voet op 31 januari 2025 geen inkomen had en door Network Republic werd geconfronteerd met boetes (wegens overtreding geheimhoudingsbeding, concurrentiebeding en nevenwerkzaamheden beding) tot in totaal
€ 1.659.000,-, waarvoor beslag werd gelegd en een dagvaardingsprocedure aanhangig is gemaakt, ontstonden grote financiële problemen voor het gezin van [verweerder]. Hierdoor was het investeren in een onderneming voor [betrokkene 1] ondenkbaar geworden. [bedrijf 1] B.V. heeft daarom nooit enige bedrijfsactiviteiten ontplooid. Daarover hebben [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in de verzoekschriftprocedure naar waarheid schriftelijk verklaard.
Met het verstrijken van de beroepstermijn tegen de beschikking van 6 augustus 2025 (op 6 november 2025) kwam definitief vast te staan dat Network Republic vanwege het onterechte ontslag op staande voet geen beroep meer kon doen op het non-concurrentiebeding en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft toen besloten activiteiten op het gebied van ICT dienstverlening te gaan verrichten, wat hem vrijstond. De al opgerichte vennootschap ([bedrijf 1] B.V.), waarin geen activiteiten werden ontplooid, is toen (in december 2025) omgezet naar [bedrijf 2] B.V. om zodoende de reeds gemaakte notariële kosten voor oprichting te besparen. Inmiddels verricht [verweerder] aldus sinds februari 2026 ten behoeve van deze vennootschap weer betaald werk.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Network Republic door te wijzen op de in december 2025 gewijzigde naam van de [bedrijf 1] B.V. en de gewijzigde SBI-code niet aannemelijk gemaakt dat die vennootschap nimmer bedoeld is geweest voor de verkoop van sieraden via bol.com. Het door Network Republic gestelde laat zien dat in december 2025 vanuit die onderneming concurrerende werkzaamheden kunnen worden verricht. De wijziging van de SBI-code duidt daarop. [verweerder] heeft erkend dat de wijziging van de naam van de vennootschap en de wijziging van de SBI-code zijn bedoeld om vanaf die datum concurrerende activiteiten te ontplooien. Op dat moment stond echter vast dat Network Republic geen rechten meer kon ontlenen aan het concurrentiebeding. De termijn voor hoger beroep van de beschikking van 6 augustus 2025 was immers verstreken. Met de vaststelling dat vanaf december 2025 sprake is van een onderneming met concurrerende activiteiten, waarbij [verweerder] in ieder geval vanaf februari 2026 betrokken is, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een feit dat of omstandigheid die de verdenking rechtvaardigt van bedrog in de oorspronkelijke procedure.
Hieruit volgt niet dat de verklaring van [verweerder] op de zitting van 10 juli 2015 in de oorspronkelijke procedure onjuist of onvolledig was. Het is zeer goed mogelijk dat [verweerder] op 10 juli 2025 naar waarheid heeft verklaard dat hij niet voornemens was een concurrerende onderneming te beginnen en dat hij in december 2025 daarover anders denkt en een concurrerende onderneming begint. Het enkele feit dat maanden na de verklaring op 10 juli 2025 alsnog blijkt van een concurrerende onderneming rechtvaardigt niet het vermoeden van eerder bedrog. [verweerder] heeft toegelicht en onderbouwd hoe het tot deze naamswijziging en wijziging van activiteiten is gekomen.
4.6.
Network Republic heeft op de zitting nog gewezen op het feit dat in februari 2026 een professionele website is gelanceerd, dat [verweerder] zich sinds februari 2026 als managing director presenteert en dat [bedrijf 2] actief is op internationale handelsplatforms waarop identieke producten worden aangeboden als door Network Republic, waaruit naar haar inzicht een langdurige en gedegen voorbereiding blijkt. Omdat [verweerder] vanuit zijn functie bij Network Republic beschikte over kennis en ervaring in deze branche is het naar het oordeel van de kantonrechter niet vreemd dat hij, zoals hij stelt, in korte tijd een concurrerende onderneming kon opzetten. Van het verhullen van zijn rol in [bedrijf 2] B.V. door [verweerder] is naar het oordeel van de kantonrechter ook geen sprake. Sinds februari 2026 manifesteert hij zich immers (redelijk) openlijk via zijn LinkedIn-profiel als managing director van dit bedrijf.
4.7.
Ook is de verschuiving van de activiteiten van sieraden naar ICT, anders dan Network Republic stelt, niet ongeloofwaardig. [verweerder] heeft uitgebreid toegelicht dat door het ontslag op staande voet en de daaruit voortvloeiende financiële problemen voorgenomen plannen dienden te worden gewijzigd. De in [bedrijf 1] B.V. voorgenomen activiteiten zijn met de ingebrachte Whatsapp-berichten onderbouwd. Onder deze omstandigheden is een verschuiving van de activiteiten van sieraden naar ICT een logische en geloofwaardige wijziging.
Aanvullend onderzoek Hoffmann
4.8.
Naar aanleiding van de hiervoor onder 4.3. opgenomen bevindingen heeft Network Republic aan Hoffmann opdracht gegeven een aanvullend onderzoek uit te voeren. Als conclusie van dit onderzoek is in het rapport van Hoffmann opgenomen dat de bevindingen erop duiden dat [verweerder] na het verlopen van de beroepstermijn van het hoger beroep concurrerende werkzaamheden is gaan verrichten voor de concurrerende entiteit [bedrijf 2] B.V.
4.9.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan op basis van de bevindingen in dit rapport niet geconcludeerd worden dat sprake is van een herroepingsgrond. Network Republic heeft terecht aangevoerd dat sprake lijkt van een zeer sterkte overlap van de door Network Republic en [bedrijf 2] B.V. aangeboden diensten. Op basis van het onderzoek van Hoffmann kan geconcludeerd worden dat [verweerder] kort na het verstrijken van de hoger beroepstermijn middels [bedrijf 2] B.V. betrokken is bij een met Network Republic concurrerende onderneming. Zoals hiervoor onder 4.5. al is overwogen stond hem dat echter vrij. [verweerder] heeft naar het oordeel van de kantonrechter terecht aangevoerd dat hij op dat moment zeker wist dat hij niet meer gebonden was aan het concurrentiebeding. Uit het aanvullend rapport van Hoffmann blijkt, anders dan Network Republic stelt, niet dat [verweerder] ten tijde van zijn dienstverband en de oorspronkelijke procedure al bezig was met concurrerende activiteiten, zodat niet is gebleken van het door Network Republic gestelde bedrog.
[verweerder] doet zaken met klanten van Network Republic
4.10.
Voor zover Network Republic heeft aangetoond dat [verweerder] zaken doet met (enkele van) haar klanten overweegt de kantonrechter dat het [verweerder] in beginsel vrijstaat om (voormalige) klanten van Network Republic te bedienen, omdat ook een eventueel tussen partijen overeengekomen relatiebeding is vervallen als gevolg van het onrechtmatig ontslag. Hieruit blijkt geenszins van eerder gepleegd bedrog.
Opzetten concurrerende onderneming
4.11.
Network Republic heeft aangevoerd dat uit het opzetten van een concurrerende onderneming in december 2025 blijkt dat [verweerder] in de oorspronkelijke procedure in strijd met de waarheid heeft verklaard en aldus bedrog heeft gepleegd en daarin valselijke verklaringen heeft overgelegd. Echter, uit het feit dat in december 2025 blijkt van een concurrerende onderneming kan niet de conclusie worden getrokken dat [verweerder] reeds gedurende zijn dienstverband bij Network Republic betrokken was bij dergelijke activiteiten.
Uit niets blijkt dat [verweerder] op welke wijze dan ook betrokken was bij de [bedrijf 1] B.V., uit niets blijkt dat middels deze vennootschap voor december 2025 concurrerende activiteiten hebben plaatsgevonden en uit niets blijkt dat door [verweerder] valse verklaringen zijn afgelegd, dan wel dat de door hem overgelegde verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] vals zouden zijn. Ook is niet gebleken dat het beroep van [verweerder] op zijn medische gesteldheid destijds onjuist was. Dat hij in staat is gebleken om na afloop van alle procedures een concurrerende onderneming op te zetten, althans daarin een rol te spelen, zegt niets over zijn medische gesteldheid gedurende zijn dienstverband bij Network Republic en gedurende de oorspronkelijke procedure.
Conclusie
4.12.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat Network Republic naar het oordeel van de kantonrechter geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de verdenking rechtvaardigen van bedrog. Daarbij is vooral van belang dat het [verweerder] vrijstaat om een concurrerende onderneming te beginnen, omdat Network Republic aan het met hem overeengekomen concurrentiebeding geen rechten meer kan ontlenen. Aan het feit dat in december 2025 sprake blijkt van een concurrerende onderneming kan niet het vermoeden worden ontleend dat daarvan reeds eerder sprake was en sprake is van in de oorspronkelijke procedure gepleegd bedrog.
4.13.
Van stukken in de zin van artikel 382 sub b Rv Pro is in het geheel niet gebleken. Network Republic heeft niet gewezen op stukken, waarvan de valsheid na de beschikking in de oorspronkelijke procedure is erkend of bij gewijsde is vastgesteld. De stelling van Network Republic dat de door [verweerder] in de oorspronkelijke procedure overgelegde verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] vals zijn kan derhalve sowieso niet leiden tot toewijzing van de verzoeken. Network Republic heeft immers niet gesteld dat zij (en/of [verweerder]) hebben erkend dat zij niet naar waarheid hebben verklaard en heeft niet gesteld dat de valsheid van hun verklaringen bij gewijsde is vastgesteld.
Geen getuigen horen
4.14.
Uit hetgeen Network Republic in onderhavige procedure heeft aangevoerd kan niet de conclusie worden getrokken dat in de oorspronkelijke procedure recht is gedaan op basis van een onvolledig en onjuist feitencomplex. Network Republic heeft niet voldaan aan haar stelplicht. Daarom kan aan het horen van getuigen niet worden toegekomen.
Geen vergoeding werkelijke proceskosten
4.15.
Uit het arrest van de Hoge Raad van 15 sept 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360 volgt dat de artikelen 237-240 Rv, behoudens bijzondere omstandigheden, een zowel limitatieve als exclusieve regeling bevatten van de kosten waarin de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, kan worden veroordeeld. Een volledige vergoedingsplicht ter zake van proceskosten is desalniettemin denkbaar, maar alleen in ‘buitengewone omstandigheden’. Daarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Hieromtrent is in het arrest HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828, (Duka/Achmea) overwogen dat pas sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen (als grond voor een vergoedingsplicht ter zake van alle in verband met een procedure gemaakte kosten), als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM Pro.
4.16.
Naar het oordeel van de kantonrechter is in onderhavige procedure geen sprake van buitengewone omstandigheden die een volledige vergoedingsplicht ter zake van de proceskosten rechtvaardigen. Er zijn aan de zijde van Network Republic geen onjuiste feiten naar voren gebracht. Zij heeft aan de door haar juist gepresenteerde feiten naar het oordeel van de kantonrechter onjuiste conclusies verbonden. Daarbij is echter geen sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dat Network Republic in de latere oprichting van een concurrerende onderneming bewijs van haar standpunt heeft gezien dat zij [verweerder] terecht op staande voet heeft ontslagen is niet zo onnavolgbaar dat dit tot een volledige vergoedingsplicht moet leiden.
4.17.
De proceskosten komen voor rekening van Network Republic, omdat zij overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 1.009,00 (bestaande uit € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.18.
Ook de wettelijke rente over de proceskosten is slechts toewijsbaar zoals in de beslissing vermeld.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van Network Republic af;
5.2.
veroordeelt Network Republic in de proceskosten van (aan de zijde van [verweerder]) € 1.009,00, aan [verweerder] te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Network Republic niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt Network Republic tot betaling aan [verweerder] van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
5.5.
wijst af wat [verweerder] meer of anders heeft verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.
De griffier, De kantonrechter,

Voetnoten

1.Onder meer Hoge Raad 2 november 2012 ECLI:NL:HR:2012:BW9877, overweging 3.5