ECLI:NL:HR:2012:BW9877
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Herroeping beschikking vaderschap wegens bedrog en aanvangstijdstip herroepingstermijn
De zaak betreft een verzoek tot herroeping van een beschikking waarin het vaderschap van een minderjarige werd vastgesteld. De moeder en zuster van de overleden man verzochten de rechtbank om herroeping wegens vermeend bedrog door de vrouw die het vaderschap had laten vaststellen.
De rechtbank had het verzoek ontvankelijk verklaard en het geding heropend, maar de Hoge Raad oordeelde dat de herroepingstermijn van drie maanden pas begint te lopen vanaf het moment dat de partij die zich bedrogen acht beschikt over het bewijs van het bedrog, niet bij een verdenking alleen. In zaken over afstamming moet het begrip bewijs van bedrog ruim worden uitgelegd, maar het moet wel gaan om feiten en omstandigheden die de verdenking van bedrog wettigen.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de rechtbank moet beoordelen of de moeder en zuster van de man al voor 20 september 2010 bekend waren met de grond voor herroeping. Tevens verduidelijkte de Hoge Raad dat heropening van het geding niet vereist dat bedrog al bewezen is, maar dat er voldoende feiten en omstandigheden moeten zijn die een verdenking rechtvaardigen.
Daarnaast wees de Hoge Raad een klacht af over een vermeende verplichting van de minderjarige tot DNA-onderzoek, omdat dit niet uit de beschikking bleek. De uitspraak werd gedaan door vijf raadsheren, voorzitter vice-president F.B. Bakels en raadsheren van Buchem-Spapens, van Oven, Streefkerk en Drion.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over de herroeping wegens bedrog.