Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 in de zaak tussen
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3]
Althio I B.V.uit Utrecht,
Samenvatting
.Zo heeft het college geen regels, voor zover al toepasselijk, geschonden over inspraak of participatie in de besluitvorming en is geen sprake van ontoelaatbare belangenverstrengeling ook al baseert het college zich op de onderbouwing die de vergunninghoudster heeft ingebracht. Verder is het college niet gehouden om nog andere, alternatieve locaties voor de vakwerkmast te onderzoeken. Het college heeft voorts kunnen oordelen dat de ruimtelijke uitstraling van de mast geen afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat van eisers en dus niet aan verlening van de vergunning in de weg staat. Daarnaast kunnen eisers zich vanwege het relativiteitsvereiste niet beroepen op regels over natuurbescherming, waardoor de daarover aangevoerde argumenten ook niet mee kunnen brengen dat de vergunning niet in stand kan blijven, nog daargelaten of die regels wel in de weg kunnen staan aan de verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit omdat daarvoor een ander vergunningstelsel geldt. Kortom, de rechtbank komt tot het oordeel dat geldende regels of voorschriften niet zullen worden geschonden bij het vergunnen van de bouw van de mast op die plek en dat het college de vergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.