ECLI:NL:RVS:2024:2592
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor distributiecentra ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Almere verleende omgevingsvergunningen voor de bouw van twee distributiecentra op het bedrijvenpark Stichtsekant. Omwonenden aan de Noord-Hollandse kant van het Gooimeer, op circa 2,6 km afstand, maakten bezwaar tegen deze vergunningen vanwege aantasting van hun woon- en leefklimaat, het uitzicht en mogelijke waardedaling van hun woningen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van de omwonenden ongegrond, waarbij zij het relativiteitsvereiste toepaste en oordeelde dat de belangen van de appellanten niet beschermd worden door de aangevoerde rechtsregels. In hoger beroep betoogden de appellanten dat de rechtbank ten onrechte het relativiteitsvereiste toepaste en dat de vergunningen in strijd zijn met de goede ruimtelijke ordening en de Wet natuurbescherming vanwege stikstofdepositie.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank. De afstand tot de distributiecentra en het open water ertussen maken dat er geen aantasting is van het woon- en leefklimaat. Ook is geen verwevenheid tussen individuele belangen en het algemene natuurbeschermingsbelang bij de Natura 2000-gebieden aannemelijk. Andere beroepsgronden zijn eveneens niet geslaagd, zodat het hoger beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunningen blijven in stand.