ECLI:NL:RBNHO:2026:8249

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
K/4102/12112117
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:28 BWArt. 3:317 lid 1 BWArt. 3:37 lid 3 BWArt. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230m lid 1 onder c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing vordering betaling na koop op afstand met schending precontractuele informatieplicht

Alektum Capital II AG vordert betaling van €94,73 van de consument [gedaagde] wegens niet-betaalde bestellingen via de webwinkel Shein met achteraf betaalmethode Klarna. De vordering is overgedragen aan Alektum, die de consument aansprakelijk stelt.

De consument betwist de vordering en voert onder meer verjaring aan. De rechtbank oordeelt dat de vordering niet verjaard is omdat Alektum de verjaring rechtsgeldig heeft gestuit door aanmaningen te sturen naar het woonadres van de consument. Verder blijkt uit het bewijs dat de consument de bestellingen heeft gedaan, maar niet volledig heeft betaald.

De rechtbank toetst ambtshalve de precontractuele informatieplichten en constateert dat de webwinkel niet heeft voldaan aan de verplichting om juiste contactgegevens te verstrekken, wat een schending van artikel 6:230m lid 1 onder c BW inhoudt. Ook de bestelbevestiging voldoet niet aan alle informatievereisten. Daarom wordt de betalingsverplichting van de consument met 20% verminderd.

De vordering wordt deels toegewezen tot €75,78 plus buitengerechtelijke kosten van €40,00 en wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De rente over het te hoge bedrag wordt afgewezen. De consument wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten. De vordering wordt voor het overige afgewezen.

Uitkomst: De vordering van Alektum wordt gedeeltelijk toegewezen met een vermindering van 20% vanwege schending van precontractuele informatieplichten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12112117 \ CV EXPL 26-1130
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht,
ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug, Zwitserland (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het mondelinge antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de mondelinge dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Alektum vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 94,73 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft kledingartikelen gekocht via de website van Shein (hierna ook: de webwinkel), waarbij zij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet (volledig) gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.
2.3.
[gedaagde] betwist de vordering. Op haar verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

3.De beoordeling

Verjaring
3.1.
Het meest verstrekkende verweer [gedaagde] is dat de vordering van Alektum is verjaard. De kantonrechter zal daarom allereerst dit verjaringsverweer beoordelen. De conclusie is dat dit verweer niet slaagt. Dat wordt als volgt toegelicht.
3.2.
De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst tussen een handelaar en een consument. Voor een dergelijke overeenkomst geldt op grond van artikel 7:28 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) een verjaringstermijn van twee jaren voor de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs. De bestellingen dateren van 24 april 2021 en 22 mei 2021. Op het moment dat de dagvaarding is betekend aan [gedaagde] op 29 januari 2026, zijn meer dan twee jaren verstreken.
3.3.
Verjaring van de vordering tot betaling van de koopprijs kan gestuit worden, bijvoorbeeld door het sturen van een schriftelijke aanmaning als bedoeld in artikel 3:317 lid 1 BW Pro. Alektum heeft in dit verband verwezen naar de aanmaningsbrieven die ze na mei 2021 aan [gedaagde] heeft gestuurd en die Alektum als productie 10 heeft overgelegd. De brieven dateren van 17 januari 2022 (twee keer), 8 mei 2023, 12 april 2024 26 februari 2025 en 18 maart 2025.
3.4.
Het uitgangspunt is ingevolge artikel 3:37 lid 3 BW Pro (de ontvangsttheorie) dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring (in casu de schriftelijke aanmaningen), om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt. In dit geval heeft Alektum de aanmaningen verstuurd naar het huidige woonadres van [gedaagde], dat zij heeft opgegeven bij het plaatsen van de bestelling en alwaar de dagvaarding in de onderhavige procedure ook is betekend. De kantonrechter is van oordeel dat Alektum in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde] op haar woonadres kon worden bereikt en dat de aanmaningen daar zijn aangekomen. Dit betekent dat de vordering van Alektum, doordat deze rechtsgeldig is gestuit, niet is verjaard.
Openstaande rekeningen
3.5.
[gedaagde] betwist dat zij openstaande rekeningen heeft bij Shein en/of Klarna. Ter onderbouwing van haar verweer heeft zij schermafdrukken van een gesprek met een medewerker van de klantenservice van Klarna en bewijzen van betalingen aan Klarna overgelegd.
3.6.
De kantonrechter stelt voorop dat uit de door [gedaagde] overgelegde schermafdrukken van het gesprek met de medewerker van de klantenservice van Klarna volgt dat [gedaagde] inderdaad op 24 april 2021 en 22 mei 2021 een bestelling bij Shein heeft geplaatst. De stelling van [gedaagde] dat zij ‘geen maat S draagt’, is in dit verband van ondergeschikt belang.
3.7.
De volgende vraag die voorligt, is of [gedaagde] al heeft betaald voor de door haar op 24 april 2021 en 22 mei 2021 op de website van Shein gedane bestellingen. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
3.8.
Het gaat in deze zaak om een aan Alektum overgedragen vordering, als gevolg waarvan [gedaagde] het bedrag van de facturen niet langer aan Shein of Klarna maar aan Alektum verschuldigd is geworden. Wanneer een vordering door Alektum wordt overgenomen, wordt deze administratief bij Klarna afgeboekt. Dit heeft tot gevolg dat de facturen in het Klarna-systeem als voldaan worden weergegeven. Dit verklaart waarom zowel in het account van [gedaagde] als door een medewerker van Klarna wordt aangegeven dat er geen openstaande vordering meer is en de bestellingen van 24 april 2021 en 22 mei 2021 zijn betaald.
3.9.
[gedaagde] heeft weliswaar betalingsbewijzen van betalingen aan Klarna overgelegd, maar Alektum heeft terecht opgemerkt dat zowel de hoogte van de betaalde bedragen als de betalingskenmerken afwijken van de facturen die aan de eis ten grondslag liggen. De conclusie van de kantonrechter is dan ook dat de overgelegde betaalbewijzen niet, althans niet zonder meer, zijn te koppelen aan de facturen waarvan Alektum hier betaling vordert. Het verweer dat [gedaagde] de hoofdsom al heeft betaald, wordt dan ook verworpen.
3.10.
De conclusie is dat de vordering van Alektum in beginsel toewijsbaar is, behoudens het navolgende.
De koopovereenkomst
3.11.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
3.12.
In verband met de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW heeft Alektum schermafdrukken van het bestelproces overgelegd, voorzien van een toelichting. Daaruit blijkt niet (voldoende) dat de webwinkel heeft voldaan aan de precontractuele informatieplicht(en) van artikel 6:230m lid 1 onder c BW.
3.13.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder c BW moet contactinformatie van de handelaar worden verstrekt. Hierom moet tenminste een e-mailadres, telefoonnummer of een adres van een vestiging worden gegeven. Alektum heeft laten zien dat er op de website van Shein contactgegevens te vinden zijn van Infinite Styles Ecommerce Co. Dit is echter niet het bedrijf waarmee [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten. Dat is volgens de factuur het bedrijf ‘Zoetop Business Co., Limited’ (handelend onder de naam Shein) en daarvan zijn geen contactgegevens vermeld in het bestelproces. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder c BW is geschonden. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
3.14.
In verband met de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW heeft de Alektum verwezen naar de bestelbevestiging van Klarna. Dit stuk bevat niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie, omdat informatie over de contactgegevens van de webwinkel, de wijze van levering, de verwachte levertermijn en het ontbindingsrecht ontbreekt. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
3.15.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. [2] De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Ambtshalve toetsing van de kredietovereenkomst
3.16.
[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkrediet (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW Pro. Overeenkomsten als de onderhavige vallen in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW Pro (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) [4] tenzij die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.17.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [5]
3.18.
Vanwege de door [gedaagde] gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op [gedaagde] direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.
3.19.
Op de overeenkomst(en) zijn de algemene voorwaarden van Klarna (
Koop nu – Betaal later), van 29 maart 2021 van toepassing. Het daarin opgenomen incassobeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
3.20.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 75,78 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 94,73 x 0.80).
3.21.
De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar over deze hoofdsom, tot een bedrag van € 40,00.
3.22.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de Alektum die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Conclusie en proceskosten
3.23.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
3.24.
[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Alektum van € 115,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 75,78 vanaf 29 januari 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Alektum tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 127,08;
griffierecht € 139,00;
salaris gemachtigde € 86,00;
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
4.HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).
5.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).