ECLI:NL:RBNHO:2026:8255

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
K/4102/12146766
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v lid 7 BWArt. 7:57 BWArt. 7:58 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing vordering wegens schending precontractuele informatieplicht bij koop op afstand

Alektum Capital II AG vordert betaling van een consument die via de webwinkel Berschka goederen heeft gekocht met uitgestelde betaling via Klarna, maar niet heeft betaald. De vordering is gebaseerd op een koopovereenkomst op afstand en de daarop volgende kredietovereenkomst.

De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke informatieplichten is voldaan. Hoewel de precontractuele informatieplicht is nageleefd, ontbreekt een concrete bestelbevestiging, wat een schending van de contractuele informatieplicht inhoudt. Dit leidt tot een sanctie waarbij de betalingsverplichting van de consument met 20% wordt verminderd.

De kredietovereenkomst valt niet onder de strengere regels voor consumentenkrediet vanwege de aard van de kosten. De algemene voorwaarden van Klarna zijn getoetst en het incassobeding is niet oneerlijk bevonden. De vordering wordt verminderd met de reeds betaalde €20,00 en de rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding over het juiste bedrag. De consument wordt veroordeeld tot betaling van €17,58 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitkomst: De consument wordt veroordeeld tot betaling van €17,58 plus wettelijke rente en proceskosten, met een vermindering van 20% wegens schending van de contractuele informatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12146766 \ CV EXPL 26-1758
Uitspraakdatum: 22 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Alektum Capital II AG
gevestigd te Zug, Zwitserland
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
procederend in persoon

1.De procedure

1.1.
Alektum heeft [gedaagde] op 12 maart 2026 gedagvaard tegen 25 maart 2026. [gedaagde] heeft, ondanks het verleende uitstel, niet gereageerd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De vordering

2.1.
Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 26,97 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft goederen gekocht via de website van Berschka (hierna: de webwinkel), waarbij zij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.

3.De beoordeling

De koopovereenkomst
3.1.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
3.2.
Alektum heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
3.3.
Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een concrete, daadwerkelijk aan [gedaagde] verzonden bestelbevestiging worden overgelegd. Die ontbreekt, waardoor niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW is voldaan. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
3.4.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. [2] De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schending(en) de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van [gedaagde] wordt verminderd met 20%.
De kredietovereenkomst
3.5.
[gedaagde] heeft gekozen voor uitgestelde betaling via Klarna. Uitgestelde betaling is een vorm van kredietverstrekking. Daarop zijn de regels voor consumentenkredietovereenkomsten (artikelen 7:57 e.v. BW) van toepassing, tenzij sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 7:58 lid 2 BW Pro. Het Hof van Justitie [4] heeft geoordeeld dat overeenkomsten als de onderhavige in beginsel onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 sub e BW Pro (kredietovereenkomsten met slechts onbetekenende kosten) vallen. Dit is alleen anders als die bijkomende kosten (zoals rente en buitengerechtelijke kosten) deel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker, hetgeen hier niet is gebleken. Daarom is toetsing van de overeenkomst aan de regels betreffende consumentenkredietovereenkomsten niet aan de orde.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
3.6.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [5]
3.7.
Vanwege de door [gedaagde] gekozen betalingswijze, waardoor de vordering van de webwinkel op [gedaagde] direct wordt gecedeerd aan Klarna, zijn de algemene voorwaarden van Klarna van toepassing op de kredietovereenkomst. Deze moeten dan ook ambtshalve worden getoetst.
3.8.
Op de overeenkomst(en) zijn de algemene voorwaarden van Klarna (
Koop nu – Betaal later), van 29 maart 2021 van toepassing. Het daarin opgenomen incassobeding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
3.9.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 37,58 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 46,97 x 0.80).
3.10.
[gedaagde] heeft op 28 mei 2021 een bedrag van € 20,00 voldaan. Deze deelbetaling wordt in mindering gebracht op de hoofdsom, zodat een toewijsbare hoofdsom resteert van € 17,58.
3.11.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat Alektum die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
Conclusie en proceskosten
3.12.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
3.13.
[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Alektum van € 17,58, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 maart 2026 tot aan de dag van de gehele betaling;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Alektum tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 127,08;
griffierecht € 139,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
4.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
4.HvJ EU 17 oktober 2024, zaak C- 409/23, ECLI:EU:C:2024:895 (Riverty).
5.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).