Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 september 2025 (met producties),
- de conclusie van antwoord (met producties),
- de akte producties van [verzoeker] ontvangen op 17 februari 2026 (met producties),
- de akte producties van Tuinmeubelwereld ontvangen op 18 februari 2026 (met producties),
- het verwijzingsvonnis van 25 maart 2026 waarbij de kantonrechter de zaak naar de sector handel heeft verwezen,
- de akte producties van [verzoeker] ontvangen op 3 mei 2026 (met producties),
- de akte producties van Tuinmeubelwereld ontvangen op 22 mei 2026 (met producties),
- de akte wijziging (vermindering) van verzoek van [verzoeker] ontvangen op 23 mei 2026, en
- de mondelinge behandeling van 1 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [verzoeker] heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die hij tijdens de mondelinge behandeling aan de rechtbank heeft overgelegd.
2.Feiten
Eerder op 22 juli jl heb ik u een verzoek op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toegezonden. Tot op heden heeft u daar niet op gereageerd.
‘de eenmalige gelegenheid geboden om verdere juridische kosten - aan uw zijde - te voorkomen’en een schikking voorgesteld van € 1.250,- (tegen finale kwijting over en weer), onder de vermelding dat dit aanbod
‘uitdrukkelijk niet onderhandelbaar’is.
Dat u snel reageert verandert daar niets aan’.
Ik verwijs andermaal naar mijn eerdere bericht en de correspondentie vanuit mijn gemachtigde.
e-mail van 26 september 2025 bericht dat zij als advocaat voor Tuinmeubelwereld zal optreden. Zij deelt daarbij mee dat Tuinmeubelwereld niet in kan stemmen met het aanbod dat op 12 september 2025 is gedaan, maar zich aanbevolen houdt voor een ander aanbod.
Uw cliënt kan een voorstel doen. Dat wordt geaccepteerd - of niet’.
Uw cliënt heeft tot morgen 12:00 uur en anders vervalt een mogelijke minnelijke regeling. Mij is het verder om het even.
“u zit te vissen (…) ik kan mij in principe zelfs laten bijstaan door een man met een grote witte baard, een meiter en een gouden staf”, “deze kul werk ik niet aan mee”en
“we zien elkaar in de rechtbank”.
‘gediend van dit soort kul’.
Ik zie uw verweer wel verschijnen.’
door bijzondere omstandigheden’bereid is een regeling te treffen tegen een vergoeding van € 875,-. Namens Tuinmeubelwereld is hier niet op gereageerd.
‘onderdeel daarvan zou ook kunnen zijn dat ik de lopende tuchtklacht intrek’. Namens Tuinmeubelwereld is hier niet op gereageerd.
Tegen de advocaten die deze verklaring ondertekenen heeft de heer [verzoeker] tuchtklachten ingediend. Al deze advocaten zijn betrokken bij - vergelijkbare - procedures die [verzoeker] heeft aangespannen tegen onze respectievelijke cliënten. Deze procedures vormen een selectie van de tientallen procedures die [verzoeker] thans voert en waarin hij schadevergoeding vordert voor vermeende inbreuken op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Ik heb inmiddels kennis genomen van uw roddel en achterklap met andere advocatenkantoren.
‘uitsluitend vanuit praktisch oogpunt’bereid is om de lopende procedure
‘volledig in te trekken’, zonder afstand te doen van zijn inhoudelijke rechtspositie. Dit aanbod houdt in dat partijen ieder hun eigen kosten dragen en de procedure door [verzoeker] wordt ingetrokken. Ook op dit aanbod is namens Tuinmeubelwereld niet ingegaan.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
de bedoeling van de betrokkene om een door de Unieregeling toegekend voordeel te verkrijgen door kunstmatig de voorwaarden te creëren waaronder het recht op dat voordeel ontstaat. Voor een dergelijke kwalificatie moeten voorts alle feiten en omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.´ Het hof overweegt ook: ‘
Het is aan de verwerkingsverantwoordelijke om duidelijk aan te tonen dat de betrokkene een verzoek tot inzage op grond van artikel 15 AVG Pro heeft ingediend niet om kennis te nemen van die verwerking, maar om kunstmatige de voorwaarden te creëren om van die verwerkingsverantwoordelijke schadevergoeding te verkrijgen.’ Aan de hand van alle relevante omstandigheden van het specifieke geval moet worden vastgesteld of sprake is van opzettelijk misbruik door de betrokkene, waarbij opzet kan worden vastgesteld wanneer deze persoon dat verzoek indient voor een ander doel dan kennis te nemen van de verwerking van persoonsgegevens en de rechtmatigheid ervan te controleren. Daarbij gaat het met name om het feit dat de betrokkene gegevens heeft verstrekt zonder daartoe verplicht te zijn, het doel van de verstrekking, de tijd tussen de verstrekking en het verzoek tot inzage en het gedrag van de betrokkene. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van misbruik op grond van artikel 12 lid 5 AVG Pro mag rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat de betrokkene stelselmatig verzoeken tot inzage van zijn persoonsgegevens en vorderingen tot schadevergoeding indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijken volgens een vergelijkbaar patroon.
- onder meer - het volgende valt op te maken.
dit wel kan ‘negeren’ maar dan gaan we gewoon over tot dagvaarding’. Met andere woorden: als Tuinmeubelwereld het schikkingsvoorstel in de e-mail van 12 september 2025 niet zou accepteren, zou een dagvaarding worden uitgebracht. Een andere mogelijkheid heeft [verzoeker] op dat moment niet aan Tuinmeubelwereld geboden. Deze dagvaarding is vervolgens ook kort hierna uitgebracht, waarbij [verzoeker] opnieuw uitdrukkelijk heeft gewezen op de mogelijkheid van een minnelijke regeling, bestaande uit een financiële vergoeding.