Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaken tussen
de vennootschap onder firma V.O.F. Rozenbuurt, uit Hoofddorp, eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
3 %heeft gehanteerd en legt dat als volgt uit. Uit vaste jurisprudentie [8] volgt dat maatgevend is in hoeverre het project als een geheel past in de ruimtelijke structuur van de omgeving. Het gaat dus niet, zoals eiseres stelt, enkel om het meest dichtbij de woning van aanvragers gelegen onderdeel van het project. Dan zou immers, zoals SAOZ ook aangeeft, het risico van ‘cherry-picking’ op de loer liggen. SAOZ heeft daarom terecht de ontwikkeling als geheel in haar advisering op dit punt betrokken. Daarnaast volgt uit vaste jurisprudentie [9] dat gestapelde bebouwing in de vorm van appartementen niet aansluit op de bestaande bebouwingsstructuur met grondgebonden woningen. Verder heeft SAOZ terecht aangegeven dat de ten zuidoosten van het plangebied gelegen bestaande woongebouwen maximaal dertien meter hoog mogen zijn, terwijl thans woongebouwen tot dertig meter mogelijk zijn, hetgeen een aanzienlijk verschil is. Over de stelling dat sprake is van inbreiding met woningbouw in een stedelijke omgeving die past in het langjarig beleid, stelt het college terecht dat daarvan op deze locatie geen sprake is. Weliswaar wordt inbreiding in zijn algemeenheid wel in het beleid genoemd, maar inbreiding wordt niet voor dit specifieke gebied genoemd. In de Structuurvisie Hoorn 2012 wordt aan Zwaag het motto ‘het dorp’ toegekend: een dorpsmilieu met fijnmazige afwisseling. Het plangebied zelf wordt in de Structuurvisie Hoorn ‘de Tuin van Hoorn’ genoemd. Dat gebied was in de Structuurvisie Hoorn 2012 aangewezen als een proeftuin voor startende bedrijven, gekoppeld aan agri-business ter vitalisering van het bestaande, naastgelegen bedrijventerrein. Van inbreiding met woningbouw was in de Structuurvisie Hoorn dus geen sprake. Ook volgt uit de jurisprudentie [10] dat van het volledig passen van een ontwikkeling in een gemengde omgeving, niet snel sprake is. Het gaat hier deels om een bestaande woonomgeving en deels om een bedrijventerrein en om sportvelden, zodat daarom gesteld kan worden dat de ontwikkeling slechts ten dele in de huidige structuur van de omgeving past. Ook past de ontwikkeling als geheel niet binnen het langjarig beleid omdat in de Structuurvisie Hoorn voor de ‘Tuin van Hoorn’ juist sprake is van een contra-indicatie voor woningbouw. De strategie voor Zwaag was op grond van de Structuurvisie Hoorn 2012 ‘consolideren’, waarbij werd toegelicht: ‘in bepaalde wijken is beheer het devies, hier zijn geen grote ontwikkelingen te verwachten’. De toevoeging van een grote woonwijk op deze plek met zowel grondgebonden woningen als gestapelde woningen tot een hoogte van dertig meter, is daar niet geheel mee in overeenstemming. Verweerder heeft 3% als kortingspercentage voor normaal maatschappelijk risico dus toereikend gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- het beroep 24/5377 ongegrond;
- het beroep 24/5378 ongegrond;
- het beroep 24/5379 ongegrond;
- het beroep 25/1909 ongegrond;
- het beroep 26/1609 ongegrond.