Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Voorwaardelijke onderzoekswens ten aanzien van feit 1 en 2
7.Motivering van de sancties
24 september 2025 volgt dat de verdachte kampt met psychische problematiek en verslavingsproblematiek. De verdachte is inmiddels enkele jaren ingesteld op medicatie in de vorm van een antipsychoticum, maar is niet medicatietrouw. De verdachte heeft het gebruik van de medicatie meermaals gestaakt om vervolgens over te gaan tot het gebruik van cannabis. Deze factoren liggen ten grondslag aan psychotische belevingen bij de verdachte. Als hiervan sprake is, gaat de verdachte over tot grensoverschrijdend, overlastgevend gedrag.
8.Vorderingen benadeelde partijen
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen gedeeltelijk moeten worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De rechtbank heeft verder gekeken naar de ‘Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van artikel 6:106 BW Pro’ van de Rechtspraak.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
30 WEKEN.
15 WEKEN nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.
- de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van twee jaar meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
- de veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen door het Ambulant Centrum van Fivoor (ACF) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
- de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
240 uren taakstrafdie bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
120 dagen hechtenis.
maatregeldat de veroordeelde voor de duur van drie jaar zich niet zal ophouden in de navolgende
gebieden:
- [adres 3] ;
- [adres 4] ;
- [adres 5] , voor zover het betreft het deel gelegen tussen de [straatnamen] .
maatregeldat de veroordeelde voor de duur van drie jaar op geen enkele wijze - direct of indirect -
contactzal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2] ( [geboortedatum 2] ), [slachtoffer 6] ( [geboortedatum 3] ), [slachtoffer 7] ( [geboortedatum 4] ) en [slachtoffer 8] ( [geboortedatum 5] ).
dadelijk uitvoerbaarzijn.
bevel tot voorlopige hechtenisvan de verdachte.
[slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.140,-bestaande uit € 140,- als vergoeding voor de materiële en € 3.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.000,-, als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[slachtoffer 7]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.000,-als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 7] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.