ECLI:NL:RBNHO:2026:8466

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
12023753 \ CV EXPL 25-8580
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230o BWArt. 6:230v BWArt. 6:96 BWArt. 22 Rv
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over schending precontractuele informatieplichten en oneerlijk incassokostenbeding

In deze civiele zaak vordert Boete.nu B.V. betaling van een hoofdsom vermeerderd met incassokosten en rente van de gedaagde partij, die verstek liet gaan. De kantonrechter toetst ambtshalve of aan de wettelijke precontractuele informatieplichten is voldaan bij een overeenkomst op afstand tussen handelaar en consument.

De eisende partij heeft onvoldoende aangetoond dat zij de consument voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst heeft geïnformeerd over het herroepingsrecht en de kostenvergoedingsplicht bij gebruik van dat recht, zoals vereist in artikel 6:230m lid 1 BW. Ook ontbreekt een concrete bestelbevestiging die voldoet aan artikel 6:230v lid 7 BW. Deze tekortkomingen leiden tot sancties.

De herroepingstermijn wordt verlengd tot de consument de ontbrekende informatie ontvangt, maar omdat deze termijn is verstreken zonder herroeping, wordt de betalingsverplichting verminderd met 20%. Daarnaast wordt het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden voorlopig als oneerlijk beoordeeld omdat het afwijkt van wettelijke regels en onbeperkte kosten kan opleggen. De eisende partij krijgt de gelegenheid hierop te reageren, waarna verdere beslissing volgt.

Uitkomst: De kantonrechter legt een sanctie op wegens schending van informatieplichten en verklaart het incassokostenbeding voorlopig oneerlijk, met aanhouding voor nadere beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12023753 \ CV EXPL 25-8580
Uitspraakdatum: 8 juli 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Boete.nu B.V.
te Maastricht
de eisende partij
gemachtigde: nl.legal LLP
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 938,75 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten en te verminderen met een deelbetaling.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 3 BW. De eisende partij stelt ook te hebben voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW. Ter onderbouwing hiervan heeft zij schermafbeeldingen van het aanmeldproces op haar website overgelegd, voorzien van een toelichting. Hieruit blijkt niet (voldoende) dat de eisende partij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan de informatieplicht(en) als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 onder h en j BW heeft voldaan. Weliswaar stelt de eisende partij dat zij de consument tijdens het aanmeldproces wijst op een herroepingstermijn van veertien dagen, maar dit blijkt niet uit de overgelegde schermafbeeldingen. Daarnaast heeft de eisende partij in het geheel niet gesteld dat de consument wordt geïnformeerd over de verplichting van het vergoeden van de redelijke kosten van de eisende partij bij het gebruikmaken van het herroepingsrecht. Voor deze schendingen zal een sanctie worden toegepast.
Ambtshalve toetsing van de contractuele informatieplicht
Om te kunnen vaststellen dat is voldaan aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 onder a BW moet een bestelbevestiging worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Dat wil zeggen een concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging. Die ontbreekt in dit geval. Daarom is niet aan de contractuele informatieplicht van artikel 6:230v lid 7 BW voldaan. Voor deze schending zal een sanctie worden toegepast.
Welke sanctie hoort hierbij?
2.4.
Gelet op het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de eisende partij een of meerdere informatieplichten heeft geschonden. Voor deze schending(en) zal een sanctie worden toegepast.
2.5.
De schending met betrekking tot het herroepingsrecht heeft tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de gedaagde partij zijn verstrekt, maar ten hoogste met twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Omdat deze termijn al is verstreken en niet is gesteld of gebleken dat de gedaagde partij de overeenkomst binnen die termijn heeft willen herroepen, zal aan dit gebrek enkel de hieronder te noemen sanctie worden verbonden.
2.6.
De kantonrechter moet aan de schending van de informatieplichten gevolgen verbinden door passende maatregelen te nemen die de consument effectieve rechtsbescherming bieden. Die maatregelen moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn. [2]
2.7.
De kantonrechter zal daarom op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn [3] gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 20%.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.8.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [4] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.9.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van toepassing verklaard: ‘Algemene voorwaarden van Boete.nu B.V.’ (hierna: de algemene voorwaarden).
2.10.
Artikel 2.3 van de algemene voorwaarden bevat een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:
‘(…) Indien de proceskostenvergoeding op uw bankrekening wordt gestort, bent u verplicht deze proceskostenvergoeding binnen 10 dagen na ontvangst over te maken naar de bankrekening van Boete.nu (…) Indien u dit nalaat of om een andere reden in verzuim bent, zijn de vorderingen op u direct en geheel opeisbaar (…). Eventuele gerechtelijke en buitengerechtelijke incassokosten die Boete.nu maakt voor het incasseren van haar vorderingen zullen op u worden verhaald.’
2.11.
In dit beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de consument in verzuim is, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd.
2.12.
Het beding is daarmee vermoedelijk oneerlijk. De kantonrechter is daarom voornemens om het beding te vernietigen, voor zover dit de buitengerechtelijke incassokosten betreft. Deze eventuele vernietiging zou leiden tot afwijzing van de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
Conclusie
2.13.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.
2.14.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.15.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 5 augustus 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.HvJ EU 23 januari 2019, zaak C-430/17, ECLI:EU:C:2019:47 (Walbusch Walter Busch), punt 41; HvJ EU 10 juli 2019, zaak C-649/17, ECLI:EU:C:2019:576 (Amazon EU), punt 44 en onder meer Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
4.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).